| Welkom bij Gerhard ter Beek. |

|
Overweging zondag 30 januari 2011. Emmauskerk Lewenborg.
Sefanja 2: 3.
3 Zoek de HEER, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid: misschien blijven jullie dan gespaard op de dag van de toorn van de HEER.
In de onzekere tijden waarin wij nu, zegt men te leven, zijn mensen op zoek naar houvast. Er is onzekerheid over de kerk en het geloof. Onzekerheid over de economie, over je baan, je uitkering en je pensioen. Onzekerheid over de politiek. Wat is nu links en wat is nu rechts? Blijkt links rechts te zijn of andersom? Onzekerheid over onze eigen cultuur. Hebben we over vijftig jaar nog een eigen, Nederlandse, cultuur? Zo deze ooit al heeft bestaan.
Onzekerheid maakt mensen angstig, maakt dat mensen houvast zoeken in beelden van oude tijden. Want die beelden waren vertrouwd en klinken vertrouwd. Toen was het nog goed. De kerk en het geloof van vroeger, met de oude bekende liederen en de vaste vertrouwde uitleg. De cultuur van vroeger, toen Nederland nog wit was en men het hoofd draaide en iemand nastaarde, als deze persoon een andere huidskleur had. Toen men nog zeker was van zijn baan, veertig jaar lang bij hetzelfde bedrijf. Onzekerheid brengt angst voor de ander in ons. Want die krijgt misschien wel mijn baan. Die brengt mijn uitkering in gevaar of die snoept mijn pensioen op. Onzekerheid maakt dat mensen daardoor tegenover elkaar komen te staan. Het wij en zij gevoel. Die onzekerheid probeert men te maskeren met stoerheid, met ferme taal, met krachtdadig optreden. Men zoekt naar krachtdadige bestuurders, mannen van stavast die zekerheid uitstralen. Die iets uitstralen van houvast. Van afspraak is afspraak! Daar voelt men zich vertrouwd bij. Dat geeft dan weer een veilig gevoel. Bestuurders die zeggen de “boel bij elkaar te willen houden” worden enigszins meewarig aangekeken, alsof ze niet van deze tijd zijn.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat politiek en kerk die zeggen houvast te kunnen bieden populair zijn bij de mensen en onstuimig groeien. In die zin is er zeker een verband tussen de groei van de PVV en de groei van orthodoxe kerken. Dat zijn blijkbaar de nieuwe instituten die mensen houvast bieden, die mensen een weg wijzen uit deze onzekere tijden.
Hoe begrijpelijk ook, en laten we daarom mensen niet al te snel veroordelen, die geboden houvast verstold ook het verlangen naar nieuwe tijden. De angst en onzekerheid van deze tijd verstold het verlangen om te zoeken naar nieuwe wegen in het samen leven. Die angst laat het zoeken ophouden. Want we proberen te houden wat we hebben en we zijn, in onze onzekerheid, tevreden en leven voort verzadigd doordat wat we hebben.
Sefanja is een redelijk onbekende profeet uit het Oude Testament. We lezen zelden iets van hem. Hij staat in de traditie van profeten als Amos en Micha. Die allebei korte, maar zeer venijnige boeken hebben nagelaten. Waarin niet zelden het schijnbare houvast van mensen omver werd gegooid. Hij leeft en werkt in de tijd van koning Josia, ongeveer 600 jaar voor Christus. Dat lijkt een goede tijd voor Gods volk. Er is zelfs sprake van een reformatie in die tijd. Een gouden eeuw. Bloeiende economie, weinig of geen werkloosheid. Het geld stroomt met bakken tegelijk binnen en dus is er overvloed aan van alles. En dan is er al snel sprake van een vredig samenleven. Want niemand hoeft de ander te vrezen. De bomen groeien tot in de hemel. Maar de schijn bedriegt.
Er is, in Sefanja tijd, niet veel meer over van het volk. De kerk staat er hopeloos voor. Niet omdat de omstandigheden dat zouden rechtvaardigen, integendeel, maar omdat ze zelf de hoop hebben afgeschreven. Het is een volk zonder hunkering, zonder verlangen. Men zoekt het in welvaart, men wentelt zich in de droesem van het overvloeiende leven. Men heeft alles wat men zich wensen kan. Ze hebben genoeg aan zichzelf en aan hun alles verslindende rijkdom. Vandaag eten en drinken, want morgen sterven wij, is het belangrijkste levensmotto geworden. Wat is er terecht gekomen van Gods aarde, speciaal van de proeftuin Israel. Het is een barre, hopeloze, in zichzelf gekeerde bende geworden.
Is dat iets anders dan wij nu meemaken in onze tijden? In essentie waarschijnlijk niet!
Want een leven dat leeft in overvloed, zich niet meer bewust is van de nood van de wereld, is voor God niet veel anders dan een mens die in onzekerheid zijn weg zoekt door het leven. Bij beide is sprake van een gebroken mensheid. Bij beide is sprake van een diepe tegenstelling in zichzelf en een diepe tegenstelling met de wereld om hen heen. Bij beide is het verlangen naar een nieuwe wereld verstold. De een door verzadiging, de ander door angst. Beide moeten zich weer bij elkaar scharrelen. Maar dat kan pas als de angst wordt afgeworpen. Als we muren, die scheidde, afbreken. Pas dan kunnen we de Goddelijke toekomst weer opnieuw zien en voor ogen houden. Die Goddelijke toekomst dat is verwachten en blijven zeggen en blijven zoeken naar een rechtvaardige wereld. Naar een toekomst waarin mensen gezegend zijn. Waarin mensen zalig zijn, niet als ideaal, maar als levende werkelijkheid om ons heen. Waar wij, als geheelde mensen, deel van uit mogen maken.
Zoeken in verzadiging, zoeken in onzekerheid en angst en bang voor de ander. Dat is niet wat Sefanja bedoeld. Zoek de gerechtigheid, zoek de andere mens, breek af de muren en bouw steden van vrede. Zoek de weg van de zachtmoedigheid en niet die van de hardheid. Zoek niet het grote en meeslepende gebaar, maar de kleinheid en de teerheid van mensen. Daarin is het Goddelijke te vinden. In de rechtvaardigheid en de gerechtigheid. Dan kunnen we Gods boosheid weerstaan. Dan komt die dag, waar al zoveel over geprofeteerd is, de dag van de Heer. Niet een dag van toorn, maar een dag van vrede, van liefde. God zal dan ongetwijfeld met tranen geroerd zijn, Hij zal trots zijn op ons mensen. Hij zal onze namen uitspreken met liefde. Namen zonder klank, zonder macht, maar met nederigheid en rechtvaardigheid. Amen. |