Welkom bij Gerhard ter Beek.

Overweging zondag 23 mei 2010. Pinksteren. Grolloo-Schoonloo

Joel 3: 1 – 5.

Handelingen 2: 1 – 11

Gemeente van onze Heer Jezus Messias,

Pinksteren lijkt op het feest op van mystieke zaken. Zaken die wel gebeuren maar onbegrijpelijk zijn. Geheimen waar we geen vinger achter kunnen krijgen. Die we niet goed kunnen uitleggen. Oorspronkelijk was de vijftigste dag na Pasen, vandaag dus, voor Christenen de dag om het Paasfeest feestelijk af te sluiten. Met zang en dans. Een volksfeest dat in de kerk plaatsvond. Daarmee is Pinksteren in eerste instantie het feest van gewone mensen. Mensen die zich in hun leven aangesproken voelen door de woorden en de boodschap van Jezus Christus.  Het zijn mannen en vrouwen, landbouwers, vissers, verpleegkundige, onderwijzers, professoren, dominees en priesters, timmerlieden en mijnwerkers. Het zijn mensen die lachte met Jezus, met hem discussieerde over de politiek,  op welke partij ze binnenkort moeten gaan stemmen. Mensen die met hem optrekken en onder het wandelen hun zorgen en verdriet met hem en met elkaar delen. Misschien spraken ze wel met elkaar over hun ouders, hun partner en hun zonen en dochters en de zorgen die ze hadden.  Het zijn mensen die eten en drinken en de liefde bedrijven. Die dromen en visioenen zien en idealen hebben. Mensen die tranen huilen, die angstig zijn, die niet meer goed weten wat ze nu verder moeten doen. Mannen en vrouwen zoals er miljoenen, miljarden rondlopen op deze aarde. Mannen en vrouwen die vanmorgen ook hier in de kerk kunnen zitten. Daarmee is Pinksteren het feest van het aardse leven. Van het hier en nu, van vandaag en morgen.

Het zijn mensen die in eerste instantie in vertwijfeling achterbleven over de gebeurtenissen rond Pasen en het verlies van Jezus. Dat leidt tot een verlamming, zoals het beest blijft staren in de koplampen van de auto. Ze durven niet meer te bewegen, komen het huis niet meer uit, sluiten de ramen en de deuren van de toekomst.

Maar dat is niet Pinksteren. Pinksteren is het feest van opstaan, op weg gaan. Niet bij de pakken neerzitten, je niet blijven wentelen in tranen en verdriet, niet blijven zitten te midden van de chaos. Pinksteren is juist het feest van nieuwe kansen, van een nieuwe wind die er door heen gaat en vooral niet blijven roepen dat vroeger alles beter was. Dat was wat die mannen en vrouwen dreigde te doen. Ze bleven in huis zitten, wachten. Wachten waarop? Sprekend met elkaar over vroeger, over dat wat is geweest.  Maar Pinksteren is niet het feest van blijven mopperen over wat er allemaal fout is en wat er allemaal is geweest. Want ongetwijfeld zal er van alles fout geweest zijn. Ja, ongetwijfeld zullen er vroeger dingen beter zijn geweest. Maar Pinksteren is niet het feest van achterom kijken, maar van vooruit kijken.

Pinksteren is het best te vertalen als we zeggen dat het, het feest van God is. Als wij met Pinksteren spreken over de Geest, spreken we over God. En als we over God spreken moeten we dicht bij onszelf blijven. Want God staat buiten ons, maar is ook in ons. Moeten we eerst naar onszelf kijken, voordat we naar die ander wijzen. Pinksteren is de wind van God die door ons heen waait.  Soms met storm en geraas, met donder en bliksem, maar veel vaker in het fluisteren van de wind, in de stilte. Dan danst God in ons als een vlieger. Lichtvoetig, maar het staat nooit stil. God is dan de begeestering, het geestige, het mooie, het leuke, maar ook het minder mooie.  En dat dragen wij allemaal en  altijd en overal met ons mee.  God begint op school niet bij de godsdienstles, maar ook bij tekenen en taal. God komt niet plotseling in ons als wij een kerkgebouw betreden, maar is er ook bij in de supermarkt. Net zo goed als dat God niet verdwijnt als we straks weer thuis zijn. Net zo goed als dat God niet van ons vraagt om in huis te blijven te zitten, kunnen we God niet opsluiten in ons huis. Want God is altijd nieuw en altijd anders. God is dan in ons, het nieuwe ideaal, de toekomst. Niet in huis blijven, maar de wandelschoenen aan op weg. En met ons mee gaat Gods woord de wereld door.

Dus is Pinksteren is het feest van de deuren en de ramen tegen elkaar open zetten. Van een frisse wind er doorheen. Van de mattenklopper, van de grote schoonmaak. We moeten met Pinksteren het oude, stoffige durven los te laten. We moeten de toekomst in proberen te kijken. We moeten durven ons huis opnieuw in te richten, de meubels te herschikken. Want er breekt een nieuwe tijd aan, het is lente en het wordt zomer. Er breekt een nieuw leven aan, het oude leggen we af, wat fout was is vergeven, nu het Pinksteren is geworden. Pinksteren gaat in tegen ons wel zeer menselijke neiging om vooral achterom te kijken. Om de kansen die we hebben gemist, treuren we. Op de mensen die niet op ons feest zijn gekomen, mopperen we. Om dat wat fout is gegaan, zijn we boos. Maar zouden we het niet moeten proberen om te draaien? Blij zijn om de kansen die wel hebben gehad en misschien nog krijgen. Jubelen met de mensen die wel op ons feest zijn gekomen. Verheugd zijn over dat wel is goed gegaan.

Als Pinksteren het feest van God is, van het aardse leven, dan is het, het feest van onze toekomst, het feest van onze liefde.  Dan is het niet het feest van de grote woorden, van de dogma’s, van de zware toespraken. Maar inderdaad het feest van een vlieger die danst in de wind, van samen dansen in de morgen, waarbij je goed moet luisteren of het begint. Het feest zoals de dichteres Inge Lievaert dat ooit prachtig mooi verwoorden:

Luister of het begint

ergens zal het gaan zingen

tegen het klagen in, helder en vol geheim

sterker dan harde woorden

warmer dan heet getwist

vuur van andere oorsprong

storm van een nieuw bewegen

dwars op de geest van de tijd

onrust en nochtans vrede

wacht maar en wees bereid.


Laatste nieuws

Edicy. Maak een website!