Welkom bij Gerhard ter Beek.



Thema: De weggerolde steen.

 

Het leven lijkt voorgoed opgeborgen achter de dood, die gesymboliseerd wordt in de steen. Een loodzware steen.  Niets duidt erop dat hij er ooit nog achter weg zou komen. Alsof ze van te voren al bang waren dat hij zou ontsnappen, hebben ze er ook nog wachters naast gezet. Wie zou in godsnaam in staat zijn om de steen, die het leven bewaakt alsof zij dood is, ooit weg te rollen. Niemand toch? Er is een punt gezet achter het leven. In het bijzonder achter het leven van Jezus Christus.

 

Mensen gebruiken vaak stenen om zichzelf te beschermen. Achter stenen muren wanen mensen zich veilig. Veilig voor aanvallen van buitenaf? Veilig voor zichzelf? Veilig voor hun gevoel, hun emotie. Stenen beschermen! Het is ons territorium.  Een ander heeft daar niets te zoeken!  Omdat we de ander niet willen of durven toelaten in ons territorium. Omdat we bang zijn? Bang waarvoor? Maar misschien komt die ander niets zoeken, maar wat brengen; “vrede en alle goeds”. Een ontwapening, een nieuw licht, een uitgestoken hand.

 

Maar met die uitgestoken hand wordt tegelijkertijd pijnlijk duidelijk, dat stenen ons dus ook gevangen kunnen houden. Dat die hand ons niet kan bereiken en dat we die uitgestoken hand niet kunnen pakken, hoe graag we dat ook zouden willen. We kennen de geschiedenis, dat stenen worden gestapeld om mensen gevangen te houden. Stenen die mensen letterlijk van elkaar scheiden. Stenen die de liefde dood maakt. Die ons gevoel onderdrukt. Die geen tranen toelaat, maar ook geen vreugde.

 

De andere kant is er ook altijd dat diep menselijk verlangen naar openheid, naar het ontstapelen van stenen, naar vrijheid. Het afleggen van het pantser, dat onze menselijke gevoelens onderdrukt, onze mond dichtsnoert, ons hart versteend. De dichteres Vasalis verwoord dat in het gedicht:

 

 

Steen

Verdriet kit al mijn krachten samen,

zodat ik roerloos word als steen.

Mijn hele wezen wordt materie,

een ondoordringbaar star mysterie,

O sla de rots open, opdat ik ween.

 

Het is de steen van de dood die figuurlijk op ons hart kan liggen. Het is de steen die dood maakt en dus ook de dood in standhoudt. Het is de steen die ons verkilt en roerloos maakt, die ons maakt tot een materie zonder gevoel. Zonder angst, zonder liefde. Zonder: ik hou van jou!

 

Maar vannacht is gebleken dat het leven niet voorgoed opgeborgen ligt achter een dikke steen. Vannacht is gebleken dat de steen is weggerold, waardoor het leven niet dood is, maar springlevend. Wie die steen weggerold heeft is niet interessant. En hoe die loodzware steen van zijn plek kon komen, is ook niet belangrijk. De vraag hoe het allemaal kon gebeuren haalt het zicht weg op het belangrijkste feit, dat het kon gebeuren, dat is het belangrijkste! Het feit dat niemand hoeft te accepteren dat de steen des doods, zijn of haar gehele leven figuurlijk op het hart ligt als een onwrikbaar gegeven. Dat het voor iedereen mogelijk blijkt om los te komen van doodse materie. Dat het voor iedereen mogelijk blijkt om opnieuw tot leven te komen. Dat muren kunnen worden afgebroken, dat stenen kunnen worden ontstapeld en worden gebruikt voor een pad dat ons door het leven voert. Dat betekent dat we onze moeite en verdriet, onze tranen en angst. Onze eenzaamheid en niet-zeker-weten, gebruiken om verder te komen door het leven. Om het oude achter ons te laten. Daarmee ontkennen we het niet, daarmee stoppen we het niet weg onder een dikke laag asfalt. We verschuilen het niet achter het masker van stoer doen en flink zijn. Maar lopen we er overheen. Niet stoer, met ferme passen. Maar eerder aarzelend en zoekend. Met tranen in onze ogen, met trillende lippen. Want de vrijheid is nog pril en kwetsbaar. Maar onze kwetsbaarheid wordt op deze manier onze kracht.

 

Het Paasverhaal zet geen punt achter het leven. Het Paasverhaal maakt van  de punt een dubbele punt, een komma. Het Woord van God,  vlees en gestalte in Jezus Christus, staat op en gaat verder. De steen is weggerold. De vogel is gevlogen. Wat rest is de leegte, de doeken van een nieuw begin.   Maar steeds vliegt die vogel bij ons in en uit. Dat kan alleen maar als die steen niet weer teruggerold wordt. Als die opening er blijft. Die kwetsbaarheid. Alleen dan kan er, dag in, dag uit, iedere keer opnieuw, vrij worden geademd. De steen die het leven gevangen hield, wordt het pad waarop wij verder kunnen gaan door het leven. Pasen is daarmee een hoopgevend feest. Een feest van dé handreiking. Een feest van mensen die niet alleen zoeken, maar ook iets komen brengen; een uitgestoken hand, vrede en alle goeds! Amen.  




Laatste nieuws

Edicy. Maak een website!