|
1 koningen 19: 19 - 21.
Thema: Navolging
Elia is op de vlucht voor Izébel. Izébel is de vrouw van
Achab. De koning waar feitelijk niet veel kwaads in zat, maar die volledig in
de macht was gekomen van zijn heerszuchtige vrouw. Izébel staat voor alles wat
er mis kan zijn met de macht.
Zo gaat het zo vaak met mensen, zoals Elia, die het
durven op te nemen tegen de heersende macht. Die moeten het vaak met de dood
bekopen. Of in het minst erge geval worden ze vluchteling, verdreven van huis
en haard. Maar een teleurstelling is het ook. Want het is vaak het teken dat de
strijd verloren lijkt. Dat de opmars van de bevrijding op z’n minst tot staan
is gekomen. Dat de Goddelijke bevrijding stokt. Terwijl Elia alles in het werk
heeft gesteld om de priesters, de Baälpriesters, uit te roeien.
Op de berg Karmel heeft hij die Baäl priesters verslagen,
met donderend geweld en vuur. En daarna
liet hij hen ter dood brengen! Dat
klinkt beschaafd! Maar wat er in onze
nieuwe Bijbelvertaling niet staat en dat wat er in alle andere, dus ook oudere,
Bijbelvertalingen wel staat is dat hij ze liet afslachten!! Als beesten dus.
Elia trekt door het land, op de vlucht, in opdracht van
God, op weg naar de woestijn van Damascus om een nieuwe koning te zalven en om
zijn opvolger te ontmoeten. En tussendoor maakt God duidelijk dat er
zevenduizend mensen ‘slechts’ in leven zullen blijven, zij die de Baälpriesters
niet hebben gevolgd en hun beelden niet hebben gekust.
De Goddelijke bevrijding laat zich niet tegenhouden door
Baälpriester. Laat zich niet tegenhouden door corrupte machthebbers. Maar het risico zit hem in de mensen die deze
Baälpriesters en deze corrupte machthebbers volgen en aanbidden.
|
Het is tegen deze politiek gecompliceerde achtergrond dat
Elisa in beeld komt. Als opvolger van Elia. In de menselijke gedachtegang
zouden we de vraag kunnen stellen, waar begin je aan? Maar in de gedachtegang van God komt deze vraag
niet aan de orde.
Het werk moet gedaan, het volk moet worden bevrijd en
omdat tot stand te brengen zijn er mensen nodig. Mensen die willen navolgen. Die
durven kiezen voor een Goddelijke route door het leven. Voor een Goddelijke
route door de wereld. In het geval van Elisa gaan daar geen diepgaande
sollicitatiegesprekken aan vooraf. Er is geen beoordelingscommissie. Er zijn
geen kerkelijke regels die voorschrijven wie wel en wie niet en waarom. God
heeft zijn oog op hem laten vallen. God verkiest. Je kunt jezelf niet aanmelden
bij God door middel van een sollicitatiebrief, waarin je vooral je sterke
kanten benoemd en je zwakke kanten onvermeld laat. In het voorbijgaan wierp
Elia hem zijn mantel toe. Als teken van zijn uitverkiezing. Terwijl hij, als boerenzoon,
het land aan het ploegen was. Deze schitterende eenvoud van uitverkiezing, hem
werd slechts de mantel toegeworpen, staat haaks op de procedures die wij
tegenwoordig kennen, de bureaucratie en de ambtenarij in onze kerken en die niet zelden leiden tot
strijd om de macht, tot strijd om posities en het behoud van die posities.
Misschien is de kerk zelf wel het grootste struikelblok geworden als het gaat
om het realiseren van Gods bevrijding. De kerk is een systeem geworden van
genade en dogma’s. Een systeem van gebod op gebod en van regel op regel.
God vindt geen kerken die navolgen, maar mensen
die willen navolgen. Dat is een troost. Altijd weer worden er mensen gevonden.
En lang niet alleen binnen de kerk. Navolgen betekent beslissende stappen zetten,
het oude achter je laten. Op weg durven gaan naar een nieuwe toekomst, zonder
steeds achterom te kijken. God riep Elisa, terwijl hij op het land aan het
werk. Wat heb je aan een ploeger die steeds achterom kijkt naar het spoor dat
hij getrokken heeft, en zijn aandacht niet richt op het smalle spoor en de
stenen van de akker. Navolgen is durven
loslaten, is onthechten van het oude. Daar hebben kerken het altijd moeilijk
mee. Het loslaten van het oude. Dat is ook erg moeilijk, vanuit menselijk
perspectief. Laten we het eens proberen. Het oude achter ons laten. Laten we
onszelf eens de vraag, stellen waar zitten wij nog vast aan dingen van vroeger,
aan dat wat dood is en geen toekomst meer heeft.

|
Dat is dus een menselijk gegeven. Vasthouden aan wat we
hebben. We willen zekerheid, garanties voor de toekomst en in ieder geval dat
oude niet zomaar wegdoen. Het moet voor ons een troost zijn dat we dat bij
Elisa ook zien. ‘Laat mij, mijn vader en moeder kussen, dan zal ik u
volgen’. In de moderne psychologie
hebben we geleerd dat we dingen goed moeten afhechten. Geen afscheid of een
slecht afscheid, kan je je hele leven lang blijven achtervolgen. Dus menselijk
gezien is er niets op tegen dat Elisa afscheid wil nemen. Maar vanuit het
perspectief van God is het een andere kwestie.
Het oude niet radicaal achter je laten, draagt het risico dat het
afscheid steeds wordt uitgesteld. Want er is altijd wel een argument te vinden
van: ‘nu nog even niet’. De bevrijding
komt niet tot stand door mensen die twijfelen, die op twee gedachten hinken,
die geen keuze kunnen maken.
|
|
Het werpen van de mantel door Elia is hard, hard voor wie
zich verzet, maar het kan zacht en bevrijdend zijn voor wie zich eraan durft
over te geven. Navolgen is een kwestie van hoop. Want wie werkelijk hoopt dat
de wereld kan veranderen, dat het leven kan veranderen, die zal, vaak met het
hart in de schoenen en met angst en beven, de weg van de bevrijding gaan. Maar het is en blijft een hachelijke zaak.
Want het risico bestaat dat het ene zware kerkelijke geloofsjuk, wordt
ingeruild voor het ander. Dat is een groot gevaar. Dan is er geen sprake van
bevrijding. Terwijl navolging bevrijding kan zijn. Bevrijding van alle
menselijke instellingen en geboden, van al wat drukt en belast, van al wat zorg
en gewetensbezwaren veroorzaakt.
Het is misschien wel hard wat Elia vraagt, met het werpen
van de mantel, maar hij vraagt niet het onmogelijke, niet het onmenselijke, om
leven te vernietigen, maar juist om leven te bewaren. Hij vraagt niet om het te
onthechten en het te laten rafelen. Maar hij vraagt, namens God, om zorgvuldig
om te gaan met het leven, dat kwetsbaar en klein is. Dat schreeuwt, iedere dag
weer. van geboortepijn. Amen.
|
|
|