| Welkom bij Gerhard ter Beek. |

![]() |
1 Koningen 10: 1 – 8.
Mattheus 6: 25 – 34.
Thema: Zorgeloze bezorgdheid.
Het lied van kinderen
voor kinderen: “het leven is best wel zwaar” geeft volgens mij heel mooi aan
waar het in de Bijbel vandaag ook omdraait. Een soort zorgeloze bezorgdheid. |
|
Het kind in het lied vertelt dat ze steeds een keuze moet maken tussen ogenschijnlijk onbelangrijke zaken. Schrijf ik een brief of een kaart. Verf ik mijn haren rood of laat ik ze wit. Eet ik een boterham met jam of met kaas. En dan tussendoor steeds; het leven is best wel zwaar! En dan volgt er een verveelde gaap. Vanuit de gedachtegang van kinderen is dat misschien nog zo onlogisch. Want bij kinderen spelen de zorgen zich op een ander niveau af dan bij volwassene. Maar in het geval van dit lied klinkt het allemaal wat ironisch. Iets in de trant van; waar maak ik me druk om!
Met enige fantasie kunnen we dat misschien ontdekken in het Bijbelverhaal. We weten niet op welke toon Jezus deze woorden ooit gesproken heeft. Want ironie ligt meestal niet in de woorden opgesloten, maar in de toon waarmee ze worden gezegd. Waar maak je je druk om? Om kleding? Omdat je mooi wil zijn. Goed voor de dag wil komen. Misschien indruk maken met de kleren die je aan hebt? Zit me jasje goed, zit me dasje goed, zong Toon Hermans ooit. Om eten en drinken? Wat gaan we morgen eten, vroeg ik vaak aan me moeder, terwijl ik het eten van die dag nog amper achter de kiezen had. Ach kind, dat zien we morgen wel, was het steevaste antwoord. Uiteraard vroeg ik nooit of we morgen ging eten! Dat was een vanzelfsprekendheid. Zeker voor kinderen die opgroeien in welvaart en rijkdom. Als vanzelfsprekend is er kleding, eten en drinken! Onze zorgen gaan dus niet over de vraag of we kleding kunnen aantrekken en of we eten en drinken hebben, maar dus meer over de wat we aantrekken en wat we eten en drinken.
De collecte van de kindernevendienst en de film die we aan het begin van deze dienst hebben laten zien, maken ons tegelijkertijd duidelijk dat er ook een andere kant aan de medaille zit. Die gaat dus niet over de vraag wat we eten en drinken en aantrekken. Of er eten en drinken en kleding is. We moeten ons blijven realiseren dat het voor grote delen van de wereld helemaal niet vanzelfsprekend is, dat er kleding is om zich mooi mee te maken, dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat er eten is om zich mee te voeden. Dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat er scholen zijn om naar toe te gaan. De collecte voor het werelddiaconaat sluit daarbij aan! Slechts 15 cent per dag van onze rijkdom, voor ons een kleinigheid, we eten er letterlijk geen boterham minder om, is al genoeg om een kind in de derde wereld een gezonde maaltijd, een leerzame schooldag, schoon drinkwater of nieuwe kleding te bezorgen.
Tegen deze achtergrond vraagt Jezus zich af waar wij ons dan druk over maken. Alsof er geen belangrijkere zaken aan de orde zijn dan, wat wij eten en drinken en hoe we ons kleden.
Voor de helderheid als het over ons eigen leven gaat vraagt Jezus van ons geen zorgeloosheid. Hij neemt onze zorgen zeer serieus. En we hoeven onze eigen zorgen ook niet weg te redeneren met het cliché dat het altijd nog erger kan. Dat er natuurlijk ergens op de wereld, zeker weten, mensen te vinden zijn die grotere zorgen hebben dan wij. Dat doet niets af aan onze eigen zorgen. Jezus, vraagt van ons ook geen houding om het leven maar op zijn beloop te laten. Na mij de zondvloed, laat maar waaien! Waar zal ik me druk om maken, ik kan er toch niets aan veranderen. Hij zegt ook niet dat wij niet meer mogen genieten van het eten en drinken en van mooie kleren.
Jezus vraagt om zoiets al een zorgeloze bezorgdheid. Waarin het er omgaat dat we fundamentele keuzes maken. Ons eigen leven is toch meer dan voedsel en kleding? En wat levert het ons op, als we ons daarover, dag in, dag uit, zorgen maken; leven we daardoor langer? Nee, daardoor leven we niet langer! Zorgeloze bezorgdheid. Ons niet laten verlammen door eigen kleine ogenschijnlijk banale zorgen. Maar ruimte maken in onszelf om, om ons heen te kijken. Ruimte maken, onbevangen, onbevooroordeeld vanuit onszelf oog hebben voor de daadwerkelijke noden. Iemand die zich laat verlammen door hebzucht naar drank en voedsel en mooie kleren die leeft aan het leven voorbij. Die leeft aan andere mensen voorbij.
In de bijna laatste zin laat Jezus zien wat die fundamentele keuze in houdt. Kiezen voor gerechtigheid. Dan gaat het echt over onszelf. Niet over onze nood. Gaat het niet alleen over de nood ver weg en de verzuchting; wat kan ik eraan veranderen. Maar dan gaat het erom dat we ook oog hebben voor de mensen om ons heen en hun noden. Dat we mensen niet afschrijven. Dat ook al zijn mensen geen lid van de kerk, ze toch soms bezoek en een bloemetje kunnen krijgen, als hun zorgen hen naar de keel grijpen. Dat we mensen niet uit de kerk wegschrijven omdat ze, uit armoede, hun bijdrage niet meer kunnen betalen.
Salomo was een man van wijsheid. Tegelijkertijd bezat hij prachtige paleizen, had hij rijk gevulde tafels, droeg hij de prachtigste kleren. Maar het belangrijkste was zijn wijsheid! Wijsheid is niet alleen de vraag of je intelligent bent of je een grote boeken geleerdheid bezit. Wijsheid gaat over de vraag of je oog hebt voor de mensen om je heen. Of je in staat bent om hun zorgen en noden te delen. Of je in staat bent, geleerd door het leven, om recht te doen. En om daarmee voor iedereen welvaart te creëren.
Zo wilde ik met u overwegen. Lof zij Jezus Messias. Amen.
Het leven is best wel zwaar! (kinderen voor kinderen)
Neem ik een bad of neem ik een douche |
