Welkom bij Gerhard ter Beek.

Overweging zondag 26 juni 2011. Grolloo

 

Mattheus 10: 34 – 42

 

Shockerend mag het heten, verrassend ook, als Jezus zegt: denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard! Terwijl dat toch datgene was waar het in het geloof uiteindelijk om zou moeten gaan; vrede! En natuurlijk ruim tweeduizend jaar later weten wij allemaal dat er heel veel oorlogen zijn gevoerd, met de godsdienst als inzet. En natuurlijk krijgt niemand van ons uitgelegd waarom, uitgerekend in een klein landje als Nederland, bij iedere twist over het geloof, we niet zoeken naar wat ons verbindt, maar juist wat ons scheidt en mensen op basis daarvan weer een nieuw kerkgenootschap gaan oprichten dat dan  pretendeert dé waarheid in pacht te hebben. Een scheiding, die, als scherpsnijdend zwaard  niet zelden gehele families door midden splijt. In een vlaag van cynisme zou je kunnen zeggen, de woorden van Jezus zijn meer dan waar geworden.

 

Maar tegelijkertijd denk ik niet dat Jezus dit cynisme bedoelde. Ik denk niet dat hij als een helderziende vooruit zag, wat er allemaal aan zou zitten te komen. Ik denk dat hij vanmorgen eerder iets probeert te zeggen over het samenleven van mensen in een klein verband. Over familieverbanden en geloofsverbanden. Over levensverbanden. Dat hij eerder probeerde te waarschuwen voor het risico dat mensen elkaar loslaten en elkaar niet meer vinden. Uiteindelijk heeft het geloof alles met het leven te maken, dus ook in familieverbanden. Loslaten, maar toch vasthouden!

 

Waar het mogelijk in de visie van Jezus uiteindelijk omgaat en dat komen we ook tegen in het gelezen stuk in Jeremia, is dat het leven uiteindelijk een proces is van loslaten. Het is heel verleidelijk voor mensen om te blijven vasthouden aan wat we hebben. Materieel, in relaties en in geloven! Het is heel verleidelijk om het geloof vast te leggen in dogma’s en waarheden, waardoor het uiteindelijk voor altijd zou vastliggen en we denken te weten wat iedereen zou moeten geloven. Maar juist dat zijn dan vaak de aanleidingen tot de zogenaamde godsdienstoorlogen en kerkscheuringen. Het is heel verleidelijk om familieverbanden voor altijd vast te leggen. Omdat tradities en gewoontes voor eeuwig te bestempelen. Omdat wij dat in onze familie nu eenmaal zo doen. Iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Maar het kan heel beknellend worden, waardoor uiteindelijk mensen verstikken.

 

Geloven is, net als het leven, een vorm van volwassen worden. En volwassen worden betekent uiteindelijk een proces van loslaten. Vaders en moeders moeten kinderen loslaten. Kinderen moeten vaders en moeders loslaten. Families moeten afstand nemen van elkaar.  Moeten eigen, nieuwe wegen, kunnen inslaan. Dat proces gaat gepaard met schokken en stoten. Met tranen en verdriet. De weg tot het leven, tot een nieuw leven, gaat door het sterven heen. Zoals de plant in het najaar moet afsterven, om in het voorjaar opnieuw te kunnen ontluiken. Maar uiteindelijk is het een onontkoombaar proces.

 

Bouw huizen en ga daarin wonen, ga huwelijken aan en verwek zonen en dochters. Zoek vrouwen voor je zonen. (In onze cultuur zoeken zonen en dochters zelf wel vrouwen of mannen, om mee samen te leven. Ook dat is een vorm van volwassen worden en loslaten, dat ouders hun kinderen vertrouwen dat ze zelf die keuze kunnen maken). Loslaten betekent dat we levenszekerheden over boord durven te zetten. Dat we niet blijven varen op een vast levenskompas, maar levenszoekers worden. Met alle onzekerheden en alle vragen. Het loslaten van levensverbanden is afstand nemen van vanzelfsprekende verhoudingen, tradities en gewoontes. Is afstand nemen van bemoeizucht en knellende zorg.

 

Maar goed, we weten allemaal hoe lastig dat is. Hoe je als ouders toch geneigd bent om je te blijven bemoeien met je kinderen. Voor ouders, maar ook voor kinderen. Ouders die, ongetwijfeld met goede bedoelingen, hun invloed op kinderen blijven uitoefenen, tot op hoge leeftijd (heb je aan de verjaardag van je oom gedacht?, die je al jaren niet meer gezien hebt!) Vaders die, soms onuitgesproken, hun kinderen maatschappelijk in hun richting willen duwen (denk je wel aan je carrière, jongen?) Ouders die hun kinderen in hun geloofsrichting willen blijven pushen (ik ben teleurgesteld kind, dat je niet naar de kerk bent geweest). Kinderen die hun ouders tot op hoge leeftijd blijven belasten met hun problemen. Die niet op eigen benen willen staan, die het leven onder de vleugels van pa en moe wel erg makkelijk vinden.  Wie denkt daarmee zijn kinderen of zijn ouders vast te kunnen houden, zal ze uiteindelijk verliezen.

 

Het gaat in leven en geloven om de verhouding tussen afstand en nabijheid! Het gaat om de verhouding tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Het gaat om een leven en geloven waarin mensen kunnen groeien en bloeien. Het gaat om een leven en geloven waarin je je kinderen de wereld instuurt. Niet om ze krampachtig vast te houden, maar om ze in vrijheid te laten groeien en bloeien.

 

Daarbij gaat het er tegelijkertijd om dat je ervoor zorgt dat, in die optocht door het leven, je elkaar niet uit het oog verliest. Dat je elkaar uiteindelijk niets meer te zeggen hebt.  Of dat je elkaar ook niets meer mag zeggen. We moeten proberen te voorkomen dat die onheilspellende boodschap van Jezus ook werkelijkheid wordt. Dat we elkaar daadwerkelijk naar het leven gaan staan. Dat vaders en zonen, moeders en dochters, schoonmoeders en schoondochters door het zwaard gescheiden worden, omdat ze elkaar beknellen en krampachtig proberen vast te houden.

 

In het leven gaat het er niet om, om vast te houden, wat niet vast te houden is. Het gaat erom elkaar te zoeken, wanneer de Ander gevonden wil worden. Het zoeken naar wat ons verbindt. Daarin gaat het uiteindelijk gaat om compassie met elkaar. Omzien naar elkaar, wanneer de ander dat nodig heeft. God is compassie in en met mensen, door tranen en verstikkingen heen. Door aarzeling en twijfel. Op elkaar wachten, als de optocht door het leven voor de een niet zo snel gaat als voor de ander. Op elkaar wachten in een trage kerk.  In een aarzelende wereld. In de twijfels van het leven. In dat leven kunnen we elkaar steunen, al was het maar met koel glas water. Amen.


Laatste nieuws

Edicy. Maak een website!