| Welkom bij Gerhard ter Beek. |

|
Overweging gedachteniszondag 20 november 2011.
Jesaja 57: 14 – 19.
“Treurenden bied ik troostrijke woorden!”
De periode voor en rond en na het overlijden van een geliefde, staat vaak bol van goedbedoelde adviezen. En natuurlijk moet er van alles geregeld worden, de praktische kant is erg belangrijk. En het is goed dat er dan mensen zijn die je adviseren. Want je kunt het nooit meer overdoen. De praktische kant is dus erg belangrijk. Maar ook de emotie moet de ruimte krijgen. Dat kan het beste als we weten dat al het andere goed geregeld is. Vandaar dat de dominee past komt als de praktische kant van een uitvaart geregeld is. Dat is het moment waarop we met elkaar kunnen gaan rouwen, door na te denken en te laten voelen, wat we precies willen zeggen en waarom we dingen willen zeggen. Want vaak is er veel te vertellen, is er veel te zeggen. Doordat naar elkaar uit te spreken, komen woorden tot leven, worden beelden omgezet in gevoelens.
Vertellen over het leven dat samen geleefd is, over de moeite en pijn, over de vreugde en de mooie momenten. Vanaf het moment dat je elkaar daarover kunt vertellen, dat je herinneringen kunt ophalen, kun je beginnen met afscheid nemen en kun je het afscheid ook een plekje geven in je leven. Maar daarover kan niemand je adviseren. Dat proces moet je zelf doormaken, met je eigen gevoel, in je eigen hart. Het enige wat gegeven kan worden is een plaats om het te delen, om er met elkaar over te praten en nooit tegen die ander te zeggen, dat het nu maar eens over moet zijn. Want wie ben ik om voor die ander te bepalen, dat de pijn voorbij moet zijn.
Mensen die treuren hebben behoefte aan troost. Als iemand verdrietig is, willen we dolgraag iets voor die persoon betekenen. Maar de grote vraag is steeds: hoe doen we dat? We hebben de neiging om gelijk over te steken. We zeggen dan: “Ik heb ook zoiets meegemaakt, ik ben net als jij, ik heb ook een vader of moeder of partner gehad die doodging.” Dat is ongetwijfeld waar. Maar het waren niet zijn vader of moeder of partner, en het was ook niet dezelfde situatie. Troost bieden, er is geen pasklare oplossing voor. Soms is het iemand die, in stilte, je hand grijpt. Die, in stilte, een arm om je schouder legt. Die, in stilte, je een zakdoek aanbiedt om je tranen te drogen. Iemand die het in de stilte met jou durft uit te houden. En soms is het ook zoeken naar woorden. Naar woorden van liefde. Troost bieden, in woord en gebaar, als het goed gebeurd, plakt het pleisters op onze ziel.
De troost die ons vanmorgen geboden wordt, in woord en gebaar, geeft ons de mogelijkheid om weer opnieuw in het leven te staan. Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij. Als ons vrede wordt gewenst, dan wordt ons het goede gewenst, dan wordt ons het leven toegewenst. Dan blijven we niet hangen in de stilte van de dood. Want dat werkt vroeg of laat beklemmend, dat gaat ons naar de keel grijpen, dat houd ons inderdaad gevangen. Door de troostrijke woorden van vanmorgen, door ook een lofzang op het leven aan te heffen, kunnen we opnieuw in het leven gaan staan. Nee, we vergeten niet. We zetten de knop niet om. We doen niet of het leven alleen maar bestaat uit mooie oppervlakkige dingen.
Over de doden niets dan goeds, hoor je vaak. Maar de vraag is of dat ons werkelijk troost biedt. Het wit is alleen maar zichtbaar tegenover het zwarte. Dat betekent dat we ook durven te bespreken de dingen die niet zo mooi waren. “Ik heb gezien wat ze deden, maar toch zal ik hen genezen”, lezen we vanmorgen. Dat duidt erop dat er ook minder leuke dingen te bespreken waren in de relatie tussen God en de mensen. Want zo gaat dat tussen mensen. Er zijn nu eenmaal minder leuke dingen te bespreken. Maar tegen die achtergrond kunnen we ook veel beter naar het goede kijken. Als je ontdekt dat je elkaar daarin, in liefde, hebt kunnen en willen vasthouden, dan is ook dat een troost. Dan kunnen dat woorden zijn die een mens genezen, die een mens beter en sterker maken. Die jou naar iemand laten kijken, met nieuwe ogen.
Ja, we heffen een vandaag ook een lofzang aan op het leven. Als troostrijke gedachte. We vieren het leven, als troost. Dat wil niet zeggen dat onze leegte en gemis voorbij moet zijn. Dat ons onvermogen, onze angst en onze twijfel niet meer mogen bestaan. Helemaal niet. We zullen die ander blijven missen, de pijn zal blijven schrijnen, de tranen zullen geregeld blijven branden. Maar de liefde gaat niet over, ook niet in de dood. Moge ons dat troosten! Amen. |