|
Overweging zondag 29 mei 2011. Protestantse Gemeente
Damsterboord.
Jesaja 41: 17 – 20
Ik, de Heer, ik de God van Israel. Ik.
- Tot
zes keer toe wordt in dit kleine stukje, in Jesaja, het volk eraan
herinnerd dat het hier om de Eeuwige God gaat die de loop der dingen
bepaald. En blijkbaar is dat nodig. Want niets wordt voor niets gezegd.
Alles heeft zijn betekenis! Soms
wordt er daardoor ook een vraag gesteld die onder de oppervlakte ligt en
pas indirect zichtbaar wordt. Het
volk wordt er aan herinnerd dat het God is die is al het werk verricht.
Niets staat er voor niets. Mensen waren er blijkbaar niet meer zo van
overtuigd dat dat zo was. Of het werkelijk zo is dat God de loop der
dingen bepaald, de loop van de geschiedenis kan veranderen. De vraag die daar weer onder ligt is de
vraag of wij nog kunnen of willen vertrouwen op God?
- Zeker
in tijden van onzekerheid is het voor mensen van groot belang dat zij
vertrouwen hebben. Het stormt in het hart, dat voelt als leegte, als
woestijngrond. Ballingschap ontheemd. Ballingschap vervreemd. Ballingschap
maakt onzeker over de toekomst. Is er nog een toekomst en hoe ziet die er
dan uit? Ballingschap doet ook het verlangen naar het oude toenemen. En
wordt het oude niet zelden verheerlijkt als die goede oude tijd. Wordt het
nieuwe of het andere waarin mensen zich bevinden, altijd met het nodige
wantrouwen bekeken.
- Het
is niet raar dat veel mensen de huidige tijd, anno 2011, ook als
vervreemding zijn gaan ervaren. Als een vorm van ballingschap in hun eigen
leven. Want de tijd en de cultuur veranderd. Volgens de nodige deskundigen
leven we dan ook in een overgangstijd. De tijd van sociale samenhang wordt
ingewisseld voor toenemende individualisering en digitalisering. De
uitvinding van internet wordt vergeleken met de uitvinding van de boekdruk
kunst, die de samenleving na 1452 ook compleet zou veranderen. Als je geen
computer hebt dan is het tegenwoordig al knap ingewikkeld om je bankzaken
te regelen. Alles gaat veel sneller en wordt door veel mensen ook als
oppervlakkiger ervaren. We surfen letterlijk over de oppervlakte, zonder
dat we de diepte ingaan. En de ontwikkelingen gaan zo razendsnel dat het
voor veel mensen niet meer bij te houden is. Dat mensen letterlijk afhaken
en daardoor alleen komen te staan.
- En
als we dat dan ook nog koppelen aan het huidige economische klimaat, grote
onzekerheid over de toekomst, over de oude dag voorzieningen, over de
arbeidsgelegenheid, over de sociale cohesie en solidariteit. Tel daarbij
op de andere culturen die in toenemende mate hun invloed laten gelden op
onze samenleving, waardoor mensen de angst krijgen hun eigen cultuur te
verliezen en ja mensen ervaren vervreemding en ballingschap in hun eigen
leven. Er ontstaat een gevoel dat we de toekomst niet meer zelf in de hand
hebben. Er zijn onzichtbare krachten en machten buiten ons om die werkzaam
zijn en die in toenemende mate ons leven bepalen. Onder druk van die grote
krachten stellen mensen zichzelf steeds vaker de vraag want hun kleine
kwetsbare leven nog voorstelt. En als je van jezelf zegt dat je gelovig
bent, komt daar ook nog vaak de vraag bij, waar God is in dit grote
verhaal.
- En
van de weeromstuit gaan we terugverlangen naar de tijd van voor de
ballingschap. Naar die goede oude tijd! Of was het de tijd dat we de illusie
hadden dat alles goed was! Dat we mensen konden vertrouwen, dat ons leven
iets voorstelde, dat onze eigen toekomst in onze eigen handen lag.
- En
daarmee ligt de vertrouwensvraag op tafel. Want aan wie vertrouwen wij
onze toekomst toe? Wie bepaalt de loop der dingen waarin wij ons veilig
voelen. Een van de ontwikkelingen van de afgelopen decennia is de
individualisering. Die door de ontwikkelingen rond internet alleen nog
maar versterkt is. We nemen onze eigen toekomst zelf in handen. Wij willen
zelf bepalen wat goed is en we willen zelf ons levenspad uitstippelen. Van
geboorte tot overlijden. Het individu bepaalt de loop der dingen. We
willen alleen nog op ons zelf vertrouwen.
Het vertrouwen in God is naar een dramatisch dieptepunt gedaald.
Alleen politici daar hebben we nog minder vertrouwen in.
- Eeuwenlang
werd het christelijke volk zoet gehouden met de boodschap dat alles al
voorzien was. God had alles al bepaald. Ons levenspad was uitgestippeld. Wij
mensen waren slechts een weerloos werktuig in zijn handen. We konden niets
anders doen dan op God vertrouwen en we hadden daar dan ook geen invloed
meer op. Het overkwam ons. Zelfs het slechte in ons werden we niet in
staat geacht omdat om te buigen naar het goede. Want ook dat was reeds
voorbeschikt.
- Was
het in het christendom God die alles had bepaald, de maakbaarheid van de
samenleving en dus de loop der dingen, werd door politici van
socialistische huize als het beste voor de toekomst gezien. Niet God maar
de politiek, de samenleving, door middel van wetgeving en van boven
gedicteerde solidariteit leidde tot een heilstaat. Daar moesten mensen op maar
op vertrouwen.
- En
zie hiermee nogmaals het dilemma. Waarop mogen wij ons vertrouwen nog
stellen? Is het voldoende als in Jesaja God tot zesmaal toe van zichzelf
zegt dat zijn hand dit werk heeft verricht. Dat de Heilige van Israel dit
alles schiep. Is het voldoende als wij iedere zondag beamen dat het werk
dat Hij ooit is begonnen, nooit zal loslaten. Zijn dat de momenten waarin
wij God ervaren en belijden of zijn het lege woorden geworden?
- Het
zijn verwarrende tijden, in de tijd van Jesaja, maar zeker ook in deze
tijd. Maar daarmee niet per
definitie slechte tijden. Verwarring kan leiden tot ongelukken! Maar verwarring kan ook leiden tot
herijking van onze positie. Van gedachten en gevoelens en geloof. Dat we
loskomen van onze vaste patroon waarin we vast geroest zijn geraakt. En
dan kan het er weleens toe leiden dat we moeten concluderen dat die oude
woorden van belijden, dat die oude
woorden van vermeende zekerheden en vertrouwen, ons weinig of niets meer zeggen. Dat het
inderdaad lege woorden zijn geworden. En dat het blindelings vertrouwen in
God die de toekomst bepaald al lang verdwenen is. Maar daarmee hoeven we
God nog niet direct op de vuilnisbelt te gooien. We moeten ons de vraag durven stellen,
welke nieuwe betekenis wij aan God kunnen geven en welke nieuwe betekenis
God aan ons kan geven. En dat kunnen we alleen maar zelf doen! Want die goede oude tijd, waar we zo
vaak naar terugverlangen, maakte ook dat de kerk collectief voor ons had
bepaald welke betekenis God in ons leven had. Daarmee bepaalde niet God de loop der
dingen, maar de kerk.
- We
moeten het uithouden in de ballingschap, zonder dat we de ballingschap als
een voldongen feit accepteren, als een natuurwet die ons overkomt. We
mogen blijven zoeken naar een nieuwe vrijheid. We mogen ons laten inspireren, door God
zondermeer, maar ook durven erkennen dat er meer inspiratiebronnen zijn. We
mogen durven erkennen dat er periodes in ons leven zijn, dat we ons
vertrouwen niet op God stellen, maar ook niet bang hoeven te zijn voor
sancties van welk instituut dan ook.
- Wie
de loop der dingen bepaalt?
We maken onze eigen keuzes en nemen daarmee onze eigen
verantwoordelijkheid en leggen daar verantwoording over af, in ons eigen hart en zonodig tegenover die Ander!
|