| Welkom bij Gerhard ter Beek. |

|
Overweging zondag 22 augustus 2010. Kerk van Noordbroek. Jesaja 30: 15 – 21 Lucas 13: 22 - 30 Gemeente van onze Heer Jezus Messias. Ik kom ze in Groningen vaak tegen mensen die oproepen tot bekering! Ze richten zich dan vooral op de groep sociaal en maatschappelijk kwetsbare mensen. De dak- en thuislozen, de druggebruikers, de alcoholisten. Hun wereld is verrot en kapot. Zij zijn vaak de potentiële klanten van deze, van bekeringsdrang overlopende types. Als ze zich toch vooral maar zouden bekeren dan zou alles weer goed komen. De mensen die oproepen tot bekering schetsen dan vaak een nieuwe en ongetwijfeld betere toekomst. Een toekomst in dienst van Jezus. Pas dan zou God weer naar ze omkijken. Niet zelden is het effect dat men opnieuw gevangen raakt, nu niet alleen in het web van drugs en drank en dakloosheid, maar in het even benauwde web van God, tenminste wat hun nieuwe omgeving dan van God maakt. Bekering wordt aangeboden, redding uit nood, maar het blijkt toch vaak veel lastiger te zijn dan gedacht wordt. Want hoe vaak volgen de mensen niet hun eigen wil. Vallen ze weer terug in hun oude patronen. En ook dat heb ik vaak genoeg gezien, even onbarmhartig keert zo’n groep zich dan af van zo’n onwillende drugsverslaafde en dakloze bekeerling, die zijn eigen wil volgt en niet naar hen wil luisteren. Met als gevolg dat de val alleen nog maar dieper is en de crisis waarin men terecht komt alleen nog maar groter. Want in hun beleving heeft niet alleen de wereld, maar nu ook God zich nog van hen afgekeerd. Bekering is concreet en is zichtbaar het oude achter je laten. Voor de helderheid, dat gaat dus niet van een leien dakje, dat gaat niet vanzelf. En de doelen van bekering kunnen dus heel verschillend zijn en niet zelden voorzien van een dubbele bodem. Bij Jezus gaat het om de concrete werkelijkheid. Bekering is bij Jezus niet gericht op het hiernamaals. Is niet iets voor na onze dood. Bekering is ook niet iets dat primair gericht is op onze eigen zielenheil. Is niet gericht op Jezus zelf. Bekering is gericht op God. En wie tot bekering komt, is dus met zijn gehele ziel en zaligheid betrokken op de Ander. Want God is een relationele God, die niet los verkrijgbaar is van de mensen die ontdaan en ontrecht zijn. Dat is het concrete antwoord van Jezus op de vraag of er weinige gered zullen geworden. Het gaat vanmorgen niet over de vraag of er weinige zullen worden gered die in een hiernamaals verder zullen leven. Dat is een volstrekt misplaatste dooddoener voor alle mensen die nu leven met de dood voor ogen. Het gaat wel over de vraag of ze worden gered van een dodelijk leven, vandaag de dag. Het lijkt erop alsof de vragensteller bedoelt te suggereren naar Jezus toe, kunt u mij de garantie geven dat ik bij die weinige behoor. Dat ik behoor tot het selecte gezelschap dat gered gaat worden. Want velen, toch Heer, zijn gedoemd te mislukken, Ja toch? Het antwoord is niet vanzelfsprekendheid. Jezus, zegt niet; het is een voorgekookt eitje. Je hoeft er niets voor te doen en ook niets voor laten. Nee, het is precies het tegenovergestelde. Denk niet dat wel goed komt, dat doe ik wel even op me sloffen erbij. Ik wandel wel even door die deur heen. Want veel mensen zullen uiteindelijk afhaken, eieren kiezen voor hun geld, aan de wereld gelijkvormig worden. Zullen vluchten te paard en zich terugtrekken op de bergtoppen, waar ze weliswaar goed zichtbaar zijn, maar uiteindelijk kiezen voor hun eigen hachje. En ze zullen zich beroepen op de vele, ongetwijfeld belangrijke, connecties die ze hebben en waar aan zij hun status en ontzag aan ontleden. Waarmee ze ongetwijfeld voor hen een belangrijke vergadering hebben gehad en gewichtige zaken besproken, gedineerd hebben en een goed glas wijn gedronken op de goede afloop. En misschien wel voldaan geconstateerd hebben dat zij ertoe doen in de samenleving en dat mensen ongetwijfeld naar hen opzien. En dat zij daardoor toch gerekend mogen worden tot een volgeling van Jezus. Maar Jezus waarschuwt. Daar gaat het dus niet om. Je hebt, met je ongetwijfeld belangrijke status, het onrecht laten bestaan en dus ben je een rechtsverkrachter. Wie niet besluit recht te doen, bedrijft onrecht. Je hebt de ander naar de mond gepraat en bent alleen maar uit geweest op eigen gewin, op eigen macht. Niet de ontrechte mens, de dakloze en druggebruiker, moet zich bekeren, maar jij moet je bekeren. En denk niet dat je eindeloos de tijd hebt. Jesaja schets ons nog een beeld van een God die eindeloos geduld heeft. Een God die wacht. Jezus stelt dat beeld enigszins bij. We hebben niet alle tijd om te wachten om ons te verzetten, het is urgent, het moet vandaag en morgen gebeuren. Want voordat we het beseffen is het te laat, is er geen weg meer terug, is de poort definitief gesloten. Bij bekering gaan onze ogen open om te zien, gaan onze oren open om te horen en gaat ons hart open om te voelen. Het gaat samen met, ontferming bewogen zijn. Het begint met oog en oor en hart te krijgen voor de ontrechte situatie waarin de Ander zich bevindt. Bij Jesja gaat het om de ontdekking dat men afglijdt van Gods woord, van Gods profetische opdracht. Het gaat om de terugkeer naar God, die men reeds eerder verlaten had. En de terugkeer naar God is altijd de terugkeer naar de Ander, naar de mens in nood. Bekering gaat dus over de vraag wat wij doen vandaag de dag in het hier en nu. Bekering is aanwezig zijn bij de mens die ons nodig heeft. Bekering is niet de ander onze godsdienst of ons godsbeeld willen opdringen, met daaraan gekoppeld de waarschuwing voor hel en verdoemenis. Bekering is niet de ander in insluiten in ons eigen denken, door het zaaien van angst en paniek en door het verbieden van een eigen geloofsbeleving. Het is juist ons insluiten in het leven de Ander, door met ontferming over hem of haar bewogen te zijn. Het gaat om een leven dat mensen recht doet, dat mensen niet uitsluit, dat mensen geen tweederangs gelovige maakt omdat ze toevallig moslim zijn. Het gaat om een leven dat niet kiest voor een verwildering en voor platte machtspolitiek, onder het kopje christelijk, maar voor rechtvaardigheid. Het gaat een leven voor Gods aangezicht, een leven ja dat moeite en inspanning kost, maar tegelijkertijd ingaat tegen haatzaaiende retoriek. Het gaat om het kiezen in het hier en nu. En dat er gekozen moet worden, ook door ons is duidelijk. Want wie niet kiest, kiest ook. Namelijk een keuze om de situatie van onrecht te laten voortbestaan. Als we geen recht doen, dan nemen we een zware verantwoordelijkheid op ons. Want ze komen van alle kanten, Joden en Grieken, christenen en moslims, mannen en vrouwen. Allen die komen van oost en west en van noord en zuid en met ontferming bewogen zijn, zijn werkers van gerechtigheid en niemand, maar dan ook niemand, mag worden uitgesloten, want uiteindelijk gaat het maar om een vraag: heb je recht gedaan? |