| Welkom bij Gerhard ter Beek. |

|
Overweging zondag 12 juni 2011. Pinksteren
Handelingen 2.
Thema: de Geest drijft ons ertoe om het leven van de dienende liefde te leven.
Zouden de mannen en vrouwen in het huis in Jeruzalem zich hebben gerealiseerd wat hen overkwam? Een windvlaag? Een hevig geluid? Donder en bliksem en gerommel in de lucht? Vlammen, die de mensen in vuur zetten? Mensen met stomheid geslagen? Of juist niet, ze praten door elkaar heen, maar verstaan elkaar blijkbaar niet of zijn ze zo opgewonden door de gebeurtenissen dat ze elkaar niet meer laten uitpraten? Het vuur spat alle kant op, de vonken vliegen er vanaf.
Wat voor gevoel moet dat zijn? Een gevoel van opwinding? Een gevoel van verliefdheid? De kleur van Pinksteren is rood. De kleur van de liefde. En de liefde zet mensen in vuur en vlam. De Geest, die met Pinksteren over ons komt, is als een vorm van nieuwe energie. Van nieuwe adem. En die drijft mensen ertoe om het leven van Gods dienende liefde te leven. Daarom kiezen we voor de kleur rood. Maar laten we wel helder zijn: als we praten over de liefde tussen God en mensen, dan praten we, in een adem, over de liefde tussen de mensen onderling. Het leven van Gods liefde, is het leven van de liefde voor de mens naast ons. Daarmee zijn we vandaag opnieuw begonnen. Pinksteren wordt ook wel genoemd het geboortefeest van de kerk. En in de kerk proberen we het leven zoals God dat bedoeld heeft, voor te leven. Inclusief de begeestering en de liefde. Natuurlijk in het begin is alles prachtig, is alles mooi. Dus vandaag ook nog. Vandaag is er daarom misschien nog geen sprake van liefde, maar eerder van verliefdheid. In de verliefdheid ervaren we nog niet dat wat er allemaal mis kan gaan. In de verliefdheid is alles nog volmaakt. Zien we nog niet de duistere kanten, de moeilijkheden. Leven we op het roze van de zoetigheid.
Nee, Pinksteren is niet een soort kerkelijke Valentijnsdag. Er ligt namelijk een veel diepere laag onder, dan het oppervlakkige commerciƫle, waarin alles mooi en goed en zoet is. Die diepere laag is namelijk dat we ons er heel goed van bewust zijn wat er mis kan gaan. Dat het uiteindelijk goed mis kan gaan, laat Petrus ons horen wanneer hij het in zijn toespraak heeft over bloed en vuur en rook en de zon die verduisterd zal worden. Het gevoel van alleen te staan, verlaten te zijn, van liefdeloosheid, van diepe eenzaamheid. Van sterven. Beelden die iets onder woorden van de gemoedstoestand van de vrienden van Jezus, na zijn dood en hemelvaart. Beelden die ons mensen dus allemaal kunnen overvallen.
Daaruit blijkt maar weer eens dat de liefde bepaald niet volmaakt is. Zelfs niet de liefde tussen God en mensen. En de geschiedenis heeft geleerd dat er veel kan misgaan. Zoveel dat het dor en doods wordt en het inderdaad lijkt alsof de dood gewonnen heeft en de duisternis heerst. En ik vertel niets nieuws. Want het kan stormen en knetteren. Onweren in de botsing tussen luchtlagen. Grote en zware woorden kunnen er vallen in de liefde. De barsten en de brokken lijken soms onherstelbaar. Maar tegelijkertijd ligt er een belofte onder; om elkaar vast te houden. Om het werk dat we samen begonnen zijn ook daadwerkelijk af te maken en tot een goed einde te brengen.
En wat er nu precies gebeurt is op die Pinkstermorgen daar in dat huis in Jeruzalem, dat blijft onverklaarbaar. We zijn er niet bij geweest en hebben het alleen van horen zeggen. Misschien is het wel dat gevoel, dat we ons de liefde niet mogen laten afpakken. Dat we naar buiten moeten, dat de liefde niet risicoloos is, maar dat we hem moeten zoeken in de wereld om ons heen. In de mensen die nabij zijn, maar tegelijkertijd ook vreemd. Dat we om de liefde te kunnen ervaren ons niet moeten blijven opsluiten in zelfbeklag,tandengeknars en jalousie. Maar laten we wel realistisch zijn. Die gevoelens zijn er. Die praten we niet weg, die hoeven we ook niet weg te praten. We mogen ze ruimte geven en erkenning. Juist daar waar het botst, daar waar het schuurt en wringt, daar ontstaat nieuwe energie.
Daar waar de liefde heerst, in al zijn onvolmaaktheid, kan het mensen nieuwe begeestering geven. Haalt het nieuwe gevoelens in mensen naar boven. Doet het mensen opengaan, als een bloem in het voorjaar! Doet het ademen, doet het de dood verdrijven. En spreekt het de taal die iedereen verstaat. De taal van de liefde. Wereldwijd!
Uiteindelijk leert Pinksteren ons dat de liefde tussen God en mensen en dus ook tussen mensen onderling, niet het zoeken is naar het volmaakte, maar het zoeken naar de naaste, als een van Gods grote daden. Zoeken naar de mensen in onze eigen omgeving. Met alle tekortkomingen. We mogen elkaar proberen op weg te helpen in vrijheid. Deuren en ramen tegen elkaar open te zetten en een nieuwe wind er door heen te laten waaien. De wereld in met ruimte voor moeite en pijn. Met ruimte voor anders zijn. Met ruimte voor vertrouwen. Ruimte geven voor nieuwe liefde en daarmee de dood uit de weg helpen. Want de Geest van de liefde gedijt alleen in leven, vrijheid en vertrouwen. Daar, in leven vrijheid en vertrouwen, ontvangen we nieuwe begeestering, nieuwe levensenergie, levensadem. Dat geeft ons vuur, zoveel vuur, dat de vonken van de liefde er vanaf springen, dat de sterren alle kanten opvliegen. Maar dat we daardoor mogen uitroepen; ja we leven, we zijn de dood voorbij, we zijn opnieuw geboren.
Zo wilde ik met u overwegen. Lof zij Jezus Messias. |