Welkom bij Gerhard ter Beek.

Exodus 24: 12 – 18/Mattheus 17: 1 – 9.

 

Gemeente van onze Heer Jezus Messias.

 

  1. Misschien ergens diep in ons hart zouden we heel graag met Mozes mee zijn gegaan de berg op. Op weg naar een ontmoeting met God. In een klap zouden wij van veel vragen en onzekerheden zijn verlost. We zouden ons nooit meer hoeven te buigen over de vraag of God wel bestaat, want we zouden daadwerkelijk oog in oog met God hebben gestaan. We zouden ons nooit meer druk hoeven te maken over de vraag hoe God eruit zou zien, want we zouden hem gezien hebben en anderen kunnen vertellen hoe hij eruit zag. Sterker nog wij zouden weten of God een man of misschien toch een vrouw is, want we zouden het met eigen ogen hebben kunnen aanschouwen. We zouden God vragen hebben kunnen stellen. Vragen die we ons heel leven al hadden willen stellen en we hadden misschien direct wel onomwonden antwoorden gekregen. En misschien zouden we wel gevraagd hebben of we een foto van hem mochten maken, als het ultieme bewijs. Ja, als wij met Mozes mee hadden mogen gaan, zouden wij van vandaag op morgen van God zoekers, God vinders geworden zijn. We hadden God gevonden en hadden voor altijd geweten waar we hem zouden kunnen blijven vinden, om direct weer onze nieuwe vragen, van antwoorden te kunnen voorzien. 

 

  1. Maar gelukkig mochten we niet met Mozes mee de berg op. Die tocht naar boven is ons bespaard gebleven. Want alles weten maakt niet altijd gelukkig en God gevonden hebben behoort daar ook toe. Ook dat maakt niet op voorhand gelukkig. En dus blijven we op zoek en blijven we zitten met onze vragen. Die voortdurende zoektocht naar God en naar de antwoorden maakt mensen eerder opstandig, kwetsbaar en onzeker. Omdat we nooit de antwoorden zullen krijgen die we graag zouden willen horen.

 

  1. In mijn werk in Groningen, als pastor voor daklozen en drugsverslaafden, sprak ik onlangs met een jonge vrouw. Ze is dakloos en verslaafd aan drugs. Radeloos, angstig en kwetsbaar. Ze vroeg aan mij of ik wist waar zij God kon vinden, want ik was tenslotte toch dominee en had er voor geleerd. Ik moest haar het antwoord schuldig blijven. Maar ik vroeg haar of zij enig idee waar wij samen God zouden kunnen vinden. Dus niet ieder voor zich, maar wij samen. Ze vertelde dat zij geprobeerd had om God te vinden in de drugs. Maar ze was er snel achter gekomen dat ze het daar in ieder geval niet moest zoeken. Wat niet betekende dat ze nu ook direct verlost was van de drugs. Integendeel die beheerste nog steeds haar leven, maar zij zocht God daar niet meer. Zou God dan op straat te vinden zijn, was haar retorische vraag aan mij. Want ze wist dat ze ondertussen van mij geen concreet antwoord te verwachten had. Of misschien in de nachtopvang, waar ze iedere nacht sliep. Zou je gelukkig of gelukkiger worden als je nu wist waar je zou moeten zijn, om God te vinden? Ze haalde haar schouders op, maar gaf geen direct antwoord. Ik vertelde haar dat ik het zoeken naar God was gestopt. Maar betekent dat dan, dat je niet meer gelooft, vroeg ze. Nee dat betekent dat niet, integendeel zelfs. Ik ben gestopt met het zoeken naar God omdat ik het vertrouwen heb dat God zoekt naar mij.  Dat God op zijn of haar tijdstip, zich aan mij zal voordoen. De jonge vrouw vroeg om koffie en een broodje. Maar ze leek niet overtuigd van mijn antwoord. Ik kon me dat wel enigszins voorstellen. Want als je leven een puinhoop is geworden, als je leven ieder vorm van zekerheid ontbeert, dan ga je op zoek naar momenten die je houvast kunnen bieden. Momenten die je kunt vasthouden, die je kunt plakken in het fotoboek van je leven. Momenten die je troosten en vreugde geven.  

 

  1. Is dat dezelfde onzekerheid en daarmee ook dezelfde behoefte van Petrus, Johannes en Jacobus als zij met Jezus de berg opgaan, waarschijnlijk om te bidden?  Als ze zien dat zijn gestalte een goddelijke gestalte wordt. Wat dat ook moge zijn. En dat hij plotseling in gezelschap is van Mozes en Elia. En dat daarover heen die goddelijke stem klinkt. Wat zouden ze dat moment graag vasthouden! Wat zouden ze van dat moment graag een foto hebben gemaakt. Als het ultieme bewijs. Een bewijs waar ze op ieder moment op terug zouden kunnen grijpen. Een bewijs wat hun onzekerheid, houvast zou kunnen bieden. Maar het zijn maar weinig beelden in een mensenleven, die een mens zijn leven lang blijven ontroeren. Die een mens zijn leven lang houvast blijven bieden. Beelden verslijten en dus ook de betekenis van beelden verslijten. God vastleggen op een foto zou vroeg of laat God doen verslijten. Zou ons niet meer ontroeren. Zou ons geen vreugde meer schenken, maar ook geen verdriet en woede en opstandigheid.

 

  1. Niet voor niets is er sprake van een wolk in beide verhalen. Een wolk die mensen het zicht op God ontneemt. Die mensen niet laat zien. Die mensen geen zekerheid biedt. Die ons mensen het fraaie uitzicht op God ontneemt.  We kunnen van God dus geen panorama foto maken. Want God is te groot om zich te laten vastleggen. Zijn verschijning is te veelomvattend, te veelzijdig. Zijn aanwezigheid is eerder bedoeld om ruimte te maken, om vrijheid te bieden. Om dynamiek en beweging in ons leven te brengen. God vastleggen, legt mensen vast.

 

  1. Het is juist in de veertigdagen tijd, op weg naar Pasen, de vastentijd voor veel mensen, de kunst om te leren loslaten. Om niet te willen vasthouden aan dat wat geen zekerheid biedt. En gek genoeg biedt God geen zekerheid. Mozes wist niet waar hij aan toe was toen hij op weg ging. Het zou een interessante vraag zijn geweest of wij met die onzekerheid hadden kunnen omgaan, als we mee hadden gemogen de berg op. Niet wij bepalen wanneer God zich aan ons voordoet, maar God bepaald wanneer hij zich aan voordoet. Dat betekent dat wij iets van een verwachting moeten ontwikkelen, een oplettendheid, om onmiddellijk te kunnen reageren als wij denken iets van het goddelijke te zien. Dat is verwachting. Dat is veertigdagen tijd. Uitzien naar zijn komst. Verwacht hem intens. Maar het initiatief ligt bij God.

 

  1. En dan kom ik toch nog even terug bij die jonge vrouw. Dakloos en verslaafd en haar zoektocht naar God. Of is het de zoektocht van God naar haar?  Zij doet zich vanmorgen aan ons voor. Kwetsbaar, onzeker en angstig. En juist daarin laat God zich kennen. Niet in zekerheden, niet onkwetsbaarheid.  Maar in de bevrijding uit de dood. Op weg naar Pasen, op weg naar de Opstanding, op weg naar opstandigheid!

 

  1. Zo wilde ik met u overwegen. Lof zij Jezus Messias. Amen.

 

 

Vervolglied: Tussentijds 149: 1, 2, 3, 4.



Laatste nieuws

Edicy. Maak een website!