Welkom bij Gerhard ter Beek.

Overweging zondag 23 oktober 2011.

 

Deuteronomium 6: 1- 9

 

Er wordt ons gevraagd te luisteren. Het is niet de keer en het zal ook niet de laatste keer zijn. Steeds weer opnieuw staan er mensen op die oproepen tot luisteren. Luisteren naar de verhalen van anderen. Luisteren naar onszelf, luisteren naar “de Heer, onze God”.

 

Luisteren is duidelijk iets anders dan stil-zijn. Het lijkt zo simpel. Maar dat blijkt het uiteindelijk nooit te zijn. Luisteren vraagt dat we onszelf even in de “parkeerstand” zetten. Dat we onze eigen gedachten en meningen even parkeren, en oprecht vanuit onszelf kunnen luisteren naar wat de ander ons te zeggen heeft.  Stil-zijn kunnen we allemaal wel, op z’n tijd, maar luisteren vraagt iets meer. Luisteren vraagt ontvankelijkheid, luisteren vraagt kwetsbaarheid. Luisteren is de basis van de liefde, wordt ons vandaag verteld. Dat is in deze tijd knap lastig. Want waar is het nog stil! Het is niet verwonderlijk dat veel mensen zich tegenwoordig met de regelmaat terugtrekken in bijvoorbeeld een klooster, omdat ze daar blijkbaar nog de stilte vinden, die ze buiten de kloostermuren, in het dagelijks leven niet meer vinden. Zelfs in onze eigen kerken, zijn we vrijwel nooit meer helemaal stil. Terwijl dat de basis is van alle pastoraat, durven stil zijn en stiltes durven laten vallen. Durven luisteren.  Op die plaatsen, in kloosters en in afgelegen natuurgebieden, vindt men blijkbaar nog de stilte om echt te kunnen luisteren en stil te kunnen zijn.

 

Het gebod van de liefde begint met luisteren. Dat is het eerste en grote gebod. Het is het grootste en tegelijkertijd het moeilijkste. Iemand liefhebben, God liefhebben, het is gebaseerd op het enige, op het unieke dat de ander heeft.  Op dat onzichtbare, op het mystieke misschien wel dat de ander heeft, en dat voor de buitenwereld inderdaad niet zichtbaar is.  Liefhebben is de ander toelaten in je hart. En je kan de ander pas toelaten, als je de poort van je hart durft open te zetten. En die poort die gaat echt niet open, als we steeds maar weer opnieuw onze eigen woorden, onze eigen gedachten over de ander blijven uitstorten. Die poort kan pas open als we durven stil te zijn. Daarmee maken we onszelf kwetsbaar, zonder meer. Maar ook dat is het bijzondere van de liefde, onszelf kwetsbaar durven maken. Liefhebben is niet het proces van grote woorden, maar eerder een proces van stamelen, van stotteren. Van zoeken naar woorden. Als ons gevraagd zou worden wat wij toch zien in die man of vrouw, wat wij toch zien in die God, dan komen we inderdaad vaak niet verder dan stamelen en stotteren, het is bijna niet uit te leggen.

 

Een extra, complicerende factor, is dat er vandaag iets is dat elkaar ook lijkt tegen te spreken. Liefhebben, luisteren en geboden. Liefhebben doe je vanuit een eigenvrijheid. Het wordt je niet opgelegd. Het kan je ook niet opgelegd worden. Je kunt iemand niet verplichten om de ander te lief te hebben. De ander kan het slechts hopen. Hij of zij kan slechts hopen dat de ander hem of haar liefheeft. De ander kan slechts hopen dat het hem of haar overkomt dat men leert de ander lief te hebben. Het gebieden van de liefde en de liefde vastleggen in geboden lijkt tegengesteld aan elkaar.

Liefhebben vraagt dat de ander vrijheid krijgt in vertrouwen. Als we in onze relaties alles gaan dichttimmeren met geboden en verboden, is er eerder sprake van wantrouwen, dan van vertrouwen.

 

Dat is het onbegrijpelijke en ook wel het lastige van deze tekst. De tekst vraagt ons lief te hebben, maar durft ons blijkbaar niet het vertrouwen te geven dat we dat zonder geboden ook aan zouden kunnen.  Hij durft ons niet los te laten en ver uitgaande dat we soms wel afdwalen, maar nooit bij hem weg zullen gaan. Want dat is vertrouwen in de liefde. Dat de ander ons niet zal verlaten, ook al is deze soms even bij ons weg. Dat is vertrouwen in de liefde, dat ik er steeds weer voor kies om terug te komen, omdat die ander mijn basis is, waar ik vertrouwen in heb.   Maar deze God, deze lastige en misschien ook wel wantrouwende God, durft dat blijkbaar niet aan. Luisteren, liefhebben en geboden het staat bijna in een adem genoemd.

 

Nu is het natuurlijk wel zo, dat wij in een tijd leven waarin onze eigen vrijheid, onze eigen ontplooiing een belangrijke thema zijn. Met name voor onszelf. Iedereen vindt dat hij een eigen vrijheid heeft, dat hij zichzelf vooral moeten kunnen ontplooien en dat het begrip verantwoordelijkheid, steeds wordt uitgelegd naar de eigen verantwoordelijkheid. We voelen onszelf vooral verantwoordelijk voor onszelf. Voor een belangrijk deel is dat ook zo. We zijn verantwoordelijk voor onszelf en voor onze eigen daden. Maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid naar de ander?  Liefhebben is niet een kwestie van vrijheid/blijheid. Ik doe lekker waar ik zelf zin in heb, en als de ander daar last van heeft, dan is dat zijn of haar probleem. Liefhebben is je ook bekommeren om de ander, is de ander meenemen in je eigen stilte. En liefhebben is dus ook grenzen durven stellen. Omdat grenzen stellen mensen beschermd tegen willekeur, tegen uitbuiting en onderdrukking. Grenzen stellen biedt mensen vrijheid, biedt mensen bescherming. En allemaal stellen we grenzen in onze eigen relaties, in onze eigen liefde. Mensen die de tekst uit Deuteronomium opschreven, zoveel duizenden jaren geleden, zochten naar een weg tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. De geboden die ons vandaag worden voor gehouden zijn een manier om grenzen te stellen, om mensen daarmee de vrijheid te geven. Dat gebeurt als het goed is niet rigide, maar dat gebeurt op basis van liefde, dat gebeurt op basis van luisteren. Luisteren naar wat ander nodig heeft, maar ook luisteren naar onszelf, naar wat wij aankunnen. Want we moeten wel dicht bij onszelf durven blijven. Het antwoord op de vraag naar wat die ander nodig heeft en waar wij dus medeverantwoordelijkheid voor willen dragen, kunnen we alleen maar vinden als we de stilte van ons hart durven te zoeken en als we durven luisteren.  Als we onszelf kwetsbaar durven maken, door stil te zijn.  Geloven begint met liefhebben en liefhebben begint met luisteren en luisteren begint met stil durven zijn. De adem die opgekropt zit los durven laten. Het hart van leegte zwaar, durven vullen met die Ander. Amen.



Laatste nieuws

Edicy. Maak een website!