Welkom bij Gerhard ter Beek.


Lucas 11: 1-13

Thema: Heer ontferm U.


Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik in de trein zat en op een gegeven moment er een familie mijn coupe binnenkwam. Het was niet erg druk in de trein. De familie bestond uit vader en moeder en vier kinderen. Ergens in de leeftijd van twaalf jaar en jonger. Een trein heeft meestal vier zitplaatsen bij elkaar. Dus in dit geval zette vier van de zes personen zich aan de overgang van het gangpad en de andere twee kwamen naast mij zitten.

Eenmaal goed en wel geïnstalleerd kwam de tas van moeder op schoot en daaruit kwamen een aantal zakken met broodjes. Moeder begon enthousiast het brood uit te delen, ook al mopperde de kinderen dat ze geen broodje met kaas wilde. Eten wat de pot schaft.

Nadat iedereen van de familie van brood was voorzien, maande de vader de kinderen tot stilte. Tot mijn niet geringe verbazing ging hij voor in gebed. Dat was nog tot daaraan toe, maar vader deed dat op een dermate luide toon dat de gehele coupe kon meeluisteren hoe zij God dankte voor het brood en in een adem God vroegen om toch vooral de zondaars van de wereld, hun zonden te vergeven. Amen.

Ik wist eerst niet zo goed waarom, maar bij deze scene voelde ik mij erg ongemakkelijk. Was het omdat ik het allemaal erg overdreven vond of misschien wel de luide toon waarop het gebeurde of was ik bang dat zij mij voor een van die zondaars aanzagen, die God moest vergeven, want ik zat ook een broodje te eten en had er niet voor gebeden.

Ik vermoed achteraf wel waarom ik mij bij die beschreven scene ongemakkelijk voelde. Bidden veronderstelt een relatie. Maar het vraagt ook om geborgenheid, om een vertrouwelijke omgang. Ik zeg niet dat deze mensen geen relatie hadden met God, maar de geborgenheid, de vertrouwelijke omgang die ontbrak. Het was voor mij een vorm van naakt lopen in het openbaar. Het baart opzien, en de omgeving ziet jou intiemste details, maar het heeft geen enkele zin, sterker nog het shockeert mensen. 


Bidden daar gaat het vandaag over. De leerlingen van Jezus vragen hem of hij hen wil leren bidden. Abraham bidt tot God dat hij Sodom en Gomorra niet te gronde zal richten. En daarin kruipt hij steeds schaamtelozer tegen God. Zonder dubbele bodem, zonder verborgen agenda. Eerst gaat het nog om vijftig mensen redden, maar steeds meer dingt Abraham af, zodat God uiteindelijk beloofd om, als er tien onschuldige zijn hij de stad zal sparen. Abraham is met ontferming bewogen over die onschuldige. Hij spreekt vanuit zijn hart, als herder, als vriend, als profeet.


Het is niet voor niets dat Lucas ons vandaag aansluitend dat verhaal vertelt over die vriend die midden in de nacht aanklopt om een brood. Dat verhaal is eigenlijk de gelijkenis over bidden. Bidden vraagt om een relatie waar vertrouwen heerst. Waar je op elkaar kunt vertrouwen. God en mensen! Bidden doe je dan ook met je hart, zoals je vrienden helpt met je hart. Dat vraagt vertrouwelijkheid. Het vraagt stilte, rust, geborgenheid van de gemeenschap. Bidden is, net als vriendschap, schaamteloos, belangeloos, zoals geloven belangeloos is.  Zo gauw bidden een belang gaat dienen is het niet meer oprecht. dan gaan we met ons verstand beredeneren wat we ervoor terug kunnen krijgen. Wat het ons oplevert.

Abraham heeft er geen enkel belang bij dat Sodom wordt gespaard. Je zou makkelijk kunnen zeggen; het zal hem een zorg wezen wat er met die mensen gebeurt. Maar toch kruipt hij steeds dichter tegen God aan, hij daagt God steeds weer opnieuw uit. Dat is belangeloos bidden!


Daar is wel meer over te zeggen. Want als we kritisch kijken naar hoe mensen vaak bidden dan zien we dat we vaak met verstand gebeurt. We bedenken van te voren wat we willen zeggen en vooral wat we willen vragen. Dat blijkt vaak een eenzijdig gebeuren. Een praten tegen God. Ik noem dat ook weleens frustratie-bidden. Als wij aan God een probleem voorleggen verwachten wij een antwoord, als wij om leiding vragen verwachten wij uitsluitsel. Wanneer wij voor ons gevoel alleen maar in het luchtledige zit te praten omdat de oplossing er niet komt en omdat er geen uitsluitsel wordt gegeven, gaan we na verloop van tijd denken, dat ons gesprek met God, een praten tegen God is, zonder dat wij er wat voor terugkrijgen. Bij dit soort bidden bestaat de kans dat we God de schuld gaan geven van alles wat er fout gaat. God waar was je? We hebben je het toch gevraagd? Aan de andere kant kan  dit bidden kan ook een middel worden om mensen een schuldgevoel aan te praten. Als de genezing niet goed verloopt, dan had je maar harder moeten bidden. Bidden is dan een chantagemiddel geworden.


Als je bidt zegt Jezus doe het dan eenvoudig. Geen grote omhaal van woorden. Bidden is God zoeken in de eenvoud. In de stilte. In het ‘Heer ontferm U’.  Bidden is daarmee de nood van mensen, dus ook van onszelf, bij God neerleggen. Niet omdat hij er dan iets mee moet, want God laat zich niet sturen als een boodschappenjongen. Niet om hem te gebruiken als therapeut of hulpverlener. Maar als herder, als vriend, die wij mogen zoeken in onze nood. Heer ontferm U; daarmee is alles gezegd wat in een gebed gezegd kan worden en we weten niet of het ons iets oplevert, zoals ook vriendschap ons niets hoeft op te leveren, maar toch z’n waarde heeft.


Maar hoe zit dat dan met;  Bidt en u zal gegeven worden, zoek en je zult vinden en klop en er zal voor je worden open gedaan. Is dat niet de belofte dat ons gegeven zal worden wat we vragen. Ja, zo zouden we het graag willen uitleggen. Maar zoeken zullen we toch echt zelf moeten doen. Als we stil op onze stoel blijven zitten, dan zullen we het nooit vinden. En als we niet kloppen weet de ander niet dat wij aan de andere kant van de deur staan en kan hij ook niet opendoen. En als we de ander niets vragen, weet deze ook niet dat we iets nodig hebben.

Anders gezegd; we kunnen wel bidden om vrede, maar als we zelf niet bereid zijn om de handen uit de mouwen te steken dan zal de vrede niet gegeven worden. We kunnen wel bidden om hulp, maar als we zelf niet bereid zijn om te helpen, zal er van die hulp niet veel terecht komen.

Bidden vraagt om werken met het hart. Bidt onophoudelijk, zegt de apostel Paulus. Dat is niet 24 uur per dag met gevouwen handen en gesloten ogen stil zitten. Maar juist ook oog en gevoel hebben voor de mensen om je heen.  Het is vanuit dit gevoel dat veel kloosterlingen naast hun dagelijkse vaste gebedstijden, werken om mensen te helpen, om mensen op te vangen. Ora et labora;  bid en werk. Wonden helen, mensen voeden, de dood verdrijven.

Als de nood hoog is kunnen we schaamteloos bij vrienden aankloppen, Heer ontferm U, zo schaamteloos mogen we ook zijn in het bidden. Met open vizier, zonder verborgen agenda, zonder dubbele bodem, mogen we bidden: ‘Heer ontferm U’. In vertrouwelijkheid en geborgenheid van een herder, een vriend, een profeet. Iemand die met ons meegaat, zonder te oordelen. Maar er wel is, van hart tot hart. Amen



Laatste nieuws

Edicy. Maak een website!