| Welkom bij Gerhard ter Beek. |

|
Overweging zondag 24 juli 2011. Protestantse Gemeente Sittard.
1 koningen 3: 5- 16
Thema: de eigen verantwoordelijkheid. Er is een bekend gedicht van de Nederlandse dichter, Gerard Reve, dat in de gebedsvorm gegoten is. De dichter klaagt daarin hoe moeilijk het leven is, hij worstelt met zijn eigen drankzucht en zijn eigen driften, maar het gebed/ gedicht is vooral bekend geworden door de laatste regel. Daarin vraagt de dichter zich brutaal biddend af: 'God, dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?' Een zeer herkenbare vraag al zullen andere mensen hem niet zo direct zo verwoorden. Maar hij is in Mattheus in ieder geval al een aantal weken aan de orde. Het koninkrijk der hemelen. Het koninkrijk van God en het wachten daarop. Maar ondanks alle goede woorden van Mattheus, alle mooie verhalen waarin het verhaal gegoten wordt, lijkt het erop alsof het vandaag extra spannend wordt. Want God zegt tegen Salomo; vraag wat je wilt en ik zal het je geven! Dat lijkt een erg riskante actie van God. Legt Hij daarmee dat koninkrijk van hem niet in de handen van de grillen van een mens? Een mens in zijn mannendroom nog wel! En we weten maar al te goed welke kwade krachten erin mannendromen kunnen loskomen. Al sinds mensenheugenis zucht de wereld onder de terreur van die mannen, op welke wijze dan ook aan de macht gekomen. Een macht die vaak nooit meer wordt afgestaan. Niet anders dan door geweld en veel onschuldige slachtoffers. En dus staat met de vraag van God de hele wereld op het spel. Want iedereen heeft wel zijn dromen, waarin hij God is en waarin hij het voor het zeggen heeft. Wat zou de wereld er anders uit zien, als ik……. Maar ja, we hebben het nu eenmaal niet voor het zeggen. Dus is de wereld, zoals ze is. En verschuilen we ons achter onze onmacht. Maar eerlijk gezegd, dat maken we onszelf wijs. We hebben het namelijk wel degelijk voor het zeggen. En de wereld ziet er precies uit, zoals wij het willen. Want de wereld is een product van onze dromen. En dat is nu precies de ironie. De wereld staat echt op het spel, bij de dromen van een ieder van ons. En het lijkt erop alsof de schrijver van het boek Koningen ons wil laten horen hoe de wereld eruit zou zien als wij eens droomden als Salomo. We worden vanmorgen uitgenodigd om onze dromen te toetsen aan die van Salomo, zoon van David, zoon van God. Onze gemiddelde dromen reiken vaak niet veel verder dan de dingen die Salomo juist niet vroeg; een lang en gezond leven, veel dagen rijkdom, rust van vijandigheden om ons heen. Dat zijn juist de dingen die iedere koning op zijn beste momenten mag begeren. Als Salomo deze dingen gevraagd had, hadden we niet raar staan kijken. Want het zijn juist deze dingen die in de Bijbel steeds opnieuw worden aangeprezen. In die zin zijn we met onze dromen zeer Bijbelvast. Maar dat niet alleen Het is ook veilig voor onszelf. We kunnen ons aan dergelijke dromen geen buil vallen. Maar als de wereld op het spel staat en als het er dus op aankomt, dan is het te weinig. Dan is het te weinig en te netjes. Het heeft geen verbeelding genoeg. Onze veilige dromen maken dat de wereld eruit ziet, zoals ze eruit ziet. Met al haar misdaden en uitbuiting. Salomo mikt duidelijk op iets hogers. Op iets dat dieper gaat. Geef mij een wijs hart, zodat ik het onderscheid ken tussen goed en kwaad en mijn volk kan dienen kan naar Uw wil. Salomo vraagt van God te mogen leren. Dat hij bij God wordt opgeleid op de universiteit van het leven, het aardse leven. Leer mij, dat is alles wat Salomo vraagt. Daarmee maakt de jonge Salomo een goede keuze voor de praktische wijsheid om te weten wat hij moet doen en hoe hij moet handelen. Hij verschuilt zich niet achter God. Hij plaatst zichzelf midden in de wereld, op het moment dat de wereld op het spel staat. Hij neemt de verantwoordelijkheid op de plaats waar mensen die horen te nemen, namelijk in hun eigen omgeving. Daar moet het worden gedaan, daar is de verbeelding te vinden. Daar worden mensen uitgedaagd om te kiezen en te handelen. God, dat koninkrijk van U, wordt dat nog wat? Dat is onze verantwoordelijkheid! En dus een vraag aan onszelf. Dan mag ons de vraag bekruipen of we het werkelijk wel zo goed menen met God en zijn koninkrijk en de wereld. Want dat koninkrijk is dus onze droom! En niet de droom van een machthebber. Want dan weten we in de meeste gevallen wel hoe het afloopt. En dat betekent dat als we hoog willen dromen, net als Salomo, dat we laag moeten durven beginnen. Dat we tegen de draad in moeten durven dromen. Dus niet beginnen te dromen bij dromen van onszelf als machthebber. Maar beginnen te dromen, bij de dromen van de slachtoffers van de honger in Afrika, waar de droogte maar een deel van het verhaal is. Het andere deel van het verhaal is dat de machthebbers de opbrengst van de oogst voor zichzelf reserveren. Waardoor mensen sterven als ratten langs de kant van de weg, Beginnen te dromen bij de dromen van de slachtoffers van een onbarmhartig sociaal beleid in ons eigen land, dat mensen in grote onzekerheid brengt. Beginnen te dromen bij de dromen van de asielzoeker die de grens over wordt gezet en het zelf maar moet uitzoeken. Beginnen te dromen bij de dromen van de verslaafden en de daklozen, die worden weggezet als de verliezers van onze samenleving. Dat zijn de dromen van het koninkrijk, waarin de eerste de laatste zullen zijn en omgekeerd.
Salomo heeft het beste deel gekozen. Hij heeft goed gemikt. Want het handelen begint bij de kennis van goed en kwaad. Hij heeft niet God willen zijn. Maar hij heeft zijn hart geopend voordat wat God ons te geven heeft. En dat is meer dan een politiek ideaal, want dat eindigt vroeg of laat toch altijd weer bij de machtsvraag. Hij heeft ons God getoond in zijn zwakheid, namelijk dat dat koninkrijk van hem niet zijn verantwoordelijkheid is. Maar daarmee heeft hij God ook uitgedaagd, om te geven wat nog geen oor gehoord heeft, wat nog geen oog gezien heeft. Open mijn hart. Geef mij een wijs hart, opdat ik kan werken aan dat koninkrijk van U. Dat is wat ik vraag van U God, niet meer en niet minder. En hij werd daardoor ook een man in bonus, met een goed en gezond leven, vol rijkdom, vrede en roem. Niet omdat het hem daarom begonnen was, maar omdat het woord van Salomo goed was, in de ogen van God.
Zo wilde ik met u overwegen, lof zij Jezus Messias. Amen. |