Welkom bij Gerhard ter Beek.

Doekje voor het kerkelijk bloeden

April 28, 2011, Gerhard ter Beek, Reacties: 3

Waarom een kerkelijk werker het ambt van predikant niet krijgt.




Na zeven jaar discussiëren heeft de synode van de Protestantse Kerken in Nederland    (PKN) een besluit genomen over de positie van kerkelijk werkers binnen deze kerk. Onder voorwaarde mag een kerkelijk werker voorgaan in kerkdiensten en mag een kerkelijk werker doop en avondmaal bedienen. Maar het ambt van predikant krijgen zij niet!

Uit het feit dat deze discussie zeven jaar heeft geduurd, mag worden afgeleid dat het blijkbaar een taaie discussie was met verschillende belangen. Die belangen spitste zich met name toe op de positie van de predikant. Velen zagen en zien en de kerkelijk werker als een bedreiging voor de predikant. Een kerkelijk werker is als HBOer goedkoper dan een universitaire predikant.  Het wordt, door de krimpende kerk, voor een predikant steeds moeilijker om ergens nog een full-time arbeidsplaats te vinden. Dus is het niet ondenkbaar, dat als een gemeente de keuze heeft tussen een fulltime HBOer of een 75% plaats predikant, men voor het eerste zal kiezen.  De discussie spitste zich het laatste jaar toe op de vraag, of kerkelijk werkers, die HBO theologie opleiding hebben gevolgd, in het ambt van predikant mochten worden bevestigd. Vorig jaar besloot de synode dat dat niet mogelijk was. Als belangrijkste argument werd aangevoerd dat kerkelijk werkers niet de beschikking hebben over een academische titel. Het voeren van deze titel is nadrukkelijk gekoppeld aan het ontbreken van de grondtalen; Grieks en Hebreeuws. Die je nodig hebt om de bijbel adequaat aan mensen uit te leggen in de vorm van een preek. Interessant vraag hierin is hoeveel predikanten die grondtalen na verloop van tijd niet meer gebruiken en na verloop van jaren ook niet meer beheersen?  De titel van predikant is ook nadrukkelijk gekoppeld aan het mogen uitoefenen van de sacramenten binnen de kerk. Het bedienen van de doop en het avondmaal, het inzegenen van een huwelijk. Interessant hierin is, als feit, dat dat in veel kerken al gebeurt door een kerkelijk werker, simpelweg door het ontbreken van een predikant in de regio die het kan of wil doen.


Voor het overige verschillen de werkzaamheden van een predikant en kerkelijk werker, niet of nauwelijks. Je kunt zeggen dat een kerkelijk werker een meer praktische opleiding heeft gekregen in pastoraat en groepswerk. Dat mijns inziens veelal van een hoger niveau is dan tijdens een universitaire opleiding wordt gegeven! En juist dat pastoraat en groepswerk zijn steeds belangrijkere elementen in het werk van een predikant en kerkelijk werker.

Evenals het bedienen van de sacramenten. Want op belangrijke momenten in het leven van mensen; huwelijk en doop, wordt de kerk gezocht en gevonden.  Dus is de vraag, hoe terecht is het dat HBO-kerkelijk werkers de titel van predikant wordt onthouden? Ik denk onterecht! Met het onthouden van de titel van predikant en de daaraan gekoppelde bevoegdheden, ontkent de kerk het belang van kerkelijk werkers voor die kerk. Wanneer er geen kerkelijk werkers zouden zijn, zouden veel kerken al jaren geleden op zondag hun deuren hebben gesloten. Tegelijkertijd miskent de kerk de positie van kerkelijk werkers binnen de kerk. Alsof kerkelijk werkers een tijdelijk verschijnsel zouden zijn, die ‘even’ de nood van de kerk moeten helpen oplossen bij gebrek aan predikanten. De nu gekozen oplossing binnen de kerk wordt gezien als een ‘noodoplossing’ en dus niet structureel! En is dus een slechte oplossing. Het probleem blijft voortbestaan en het wordt door veel kerkelijk werkers gezien als doekje voor het kerkelijk bloeden.







Reacties: 3

Harry Harmsen
April 28, 2011

Goede blog, Gerhard. Ik ben het met je eens dat veel kerkelijk werkers de praktische vaardigheden vaak beter beheersen dan een academische predikant (al zijn er onder hen die door keuzes in de opleiding en persoonlijke eigenschappen daarin ook de nodige vaardigheden hebben). Het is inderdaad te gek dat je, om de sacramenten te mogen bedienen, een academische opleiding nodig zou hebben. Dat zou elke ambtsdrager moeten mogen doen (en aangezien elke gelovige ambtsdrager is...). Dat van de grondtalen vind ik wel een punt. Toegegeven, Hebreeuws beheers ik ook niet meer echt. Maar ik heb voldoende basis om toch bepaalde dingen in de grondtalen te kunnen bekijken en mij daar een eigen oordeel over te vormen. Bovendien, een academische opleiding is méér dan grondtalen. Het is ook een manier van denken, van in gesprek gaan, van brede oriëntatie, van wetenschappelijke vorming. Diverse van die dingen kan ook een HBO-er zich verwerven, maar is niet standaard. Verder, als het niet uitmaakt of je als HBO-er of als academicus 'dezelfde' predikant kan worden, kunnen we de theologische faculteit beter afschaffen. Een systeem van junior- en senior-predikant, of predikant en vicaris is misschien nog zo gek niet. Wat mij betreft functioneert een kerkelijk werker in een bepaalde situatie volledig als predikant, maar op een of andere manier zal er toch onderscheid moeten zijn tussen een HBO-er en een academicus. Ik houd me aanbevolen voor meer ideeën.

anoniempje
Mei 07, 2011

pas op gerhard, te vroeg pieken is voor niemand leuk...

Hans Fritzsche
Mei 27, 2011

inderdaad Gerhard, een hoogst actueel stuk. Als HBO Theoloog mis ik de klassieke talen niet voor een preek. Het kerncriterium is de exegese. Alle stof hiervoor is in goed Nederlands verkrijgbaar. Het bij de tijd brengen op een aansprekende wijze vormt het kwaliteitscriterium van de voorganger. De academicus zou manager kunnen zijn in een grote gemeente waarbij hij het aanspreekpunt vormt voor HBO´ers die kleinere gemeenten ´bedienen´ (een vorm van stuurgroep voorgezeten door de academicus als klankbord en kwaliteitsbewaker). Laten we het initiatief daartoe zelf nemen!


Voeg een commentaar toe

Naam
E-mail
Commentaar
Email again:
Edicy. Maak een website!