Welkom bij Gerhard ter Beek.

De theologie van het diaconaat.

 

In het diaconaat draait het om verschillende aspecten van geloven. Het draait om gelovig handelen, om de verkondiging, en God present stellen in het publieke domein

Maar daar aan vooraf gaat een binnenkerkelijk structureel probleem namelijk;

Diakonievergessenheit in kerk en theologie. “De vergetenheid van het diaconaat”.

We zouden ook kunnen zeggen de onzichtbaarheid van het diaconaat binnen kerk en theologie. Waarmee ik probeer te zeggen dat diaconaat weliswaar veelal sterk met de mond beleden wordt, maar in de praktijk, van bijvoorbeeld de theologie-opleidingen, nog steeds geen volwaardige plaats kent. Niet zelden hebben diaconale ambtsdragers nog steeds het gevoel dat hun ambt als een tweederangs ambt wordt ervaren. Onder die van ouderling en/of kerkrentmeester.  Het diaconaat wordt vaak niet beleefd als een vanzelfsprekende dimensie  van kerk-zijn. Dat is merkwaardig omdat er veel mensen betrokken zijn bij het diaconale werk en er in het diaconaat veel kerkelijk geld omgaat.

Daarbij komt dat voor de seculiere wereld, blijkt uit het onderzoek “God in Nederland”, het diaconaat een ijzersterk merk is. Kerken worden nog steeds zeer positief gewaardeerd waar het gaat om hun inzet voor vluchtelingen, daklozen en hun strijd tegen armoede. Maar bij kerkelijke bezuinigingen ligt de nadruk veelal op het in stand houden van gemeenten en parochies en het binnenkerkelijk werk en niet zelden wordt daarbij begerig gekeken naar de diaconale pot. Zeker als deze goed gevuld is.  Doch diaconaal geld, is geld van de armen. Is dus niet bedoeld om de clerus in stand te houden.  

 

Bij de theologie van het diaconaat gaat het om de betrokkenheid op God, die bij de samenleving betrokken is. Het gaat daarin om de vraag naar het goede samenleven als een theologische vraag, als een vraag naar God in het samenleven. Dat deze vraag lang niet altijd centraal staat in het kerk-zijn is een merkwaardige tegenstelling. Want in het evangelie wordt ons duidelijk gemaakt waar het om draait.

Mattheüs 10: ‘de Mensenzoon is niet gekomen om gediakend te worden, maar om te diakenen”. Daarmee wordt gezegd dat het dienen van de Mensenzoon, dus het dienen wat Hij zelf vorm geeft door zijn handelen, de kern is van het diaconaat. En dus de kern is van het kerk-zijn. De kern van het kerk-zijn ligt dus in het handelen van de Mensenzoon zelf. Het diaconaat van de kerk houdt dus in dat zij de Mensenzoon hierin dient na te volgen. En hierin antwoord zij God zelf als Immanuel: Hij die komt! Diaconaat is navolging en antwoord geven op de compassie van God met het samenleven.  Is gelovig handelend aanwezig zijn en in de samenleving komen.  

 

Gelovig handelen.

Diaconaal handelen is geen uitvloeisel van geloven, het is zelf gelovig handelen. Het gaat niet om iets dat je vanuit het geloof weet en vervolgens toepast. In dat geval zou het aan de oppervlakte blijven, zonder dat er sprake van is dat je met ontferming bewogen bent.  Gelovig handelen als uitvloeisel van geloven, zou je op ieder gewenst moment, zonder grote gevolgen los kunnen laten. Diaconaat als gelovig handelen is met ontferming bewogen zijn. Gaat door het diepst van je ziel. Gelovig handelen is dus iets waar jezelf aan mag groeien, waar jezelf beter van kunt worden. Dit alles stelt wel de belangeloosheid van het diaconaat aan de orde. Hoe belangeloos kan diaconaat zijn als er tegelijkertijd een eigen belang aanwezig is?

 

Diaconaat als verkondiging.

Het diaconaat is dus meer dan een  beredeneerd antwoord op een Bijbelse opdracht. Het is gelovig handelen met compassie.  Het gaat daarin om de presentie van God bij de wereld. Wat is die eigenlijk en waar moeten we God dan zoeken? In welke zin heeft de nood van de wereld een religieuze dimensie?  Als we geloven dat God in de wereld is, dat God in de samenleving is, dan betekent dat, dat ook de plaats moet zijn waar wij als gelovigen moeten zijn.  En dat betekent weer dat ons gelovig handelen niet alleen naar binnen gericht  moet zijn, niet alleen naar de mensen omkijken die in onze eigen, christelijke, gemeente zijn, maar juist ook naar de mensen die daarbuiten staan, die niet vanzelfsprekend in onze wereld voorkomen. Deze gedachtegang heeft grote consequenties voor ons diaconaal handelen . Dan gaat het niet alleen en misschien zelfs wel niet in de eerste plaats,  om onze eigen mensen, maar juist om de mensen buiten onze “inner circle”.  Dat betekent dan dat zoiets als jongerendiaconaat of een jongerenwerker niet alleen present is voor “onze” eigen jongeren, maar juist pretentieloos aanwezig dient te zijn bij de jongeren die buiten de kerk staan. In het diaconaal handelen als gelovig handelen wordt Gods compassie met de wereld in nood , als solidariteit, waarin wij ons als mensen bevinden, concreet gemaakt. Dat betekent dat de kerk met haar diaconale activiteiten niet aan de rand van de samenleving staat, maar midden in de samenleving. Maar als contragewicht daarvan bevindt diaconaat zich niet aan de rand van kerk, maar is diaconaat het hart van de kerk. Anders gezegd er is geen kerk zonder diaconaat. Maar er is ook geen diaconaat zonder kerk. Diaconaal handelen bevindt zich altijd in de context van de kerk. Diaconaal handelen vindt derhalve altijd zijn voedingsbodem in het Evangelie en de verkondiging van Gods koninkrijk. In die zin is zij geen aanvulling op de seculiere hulpverlening, maar is zij vanuit het verstaan van het Evangelie, de verkondiging van Gods heil. In het diaconaat wordt zichtbaar en verkondigd het koninkrijk van God.

 

Publieke zaak.

In die verkondiging stelt zij de samenleving onder kritiek daar waar het goede samenleven op het spel staat. In de verkondiging slaat zij publiekelijk bruggen op het moment dat de samenleving steeds verder uit elkaar wordt gedreven. Dat wil niet zeggen dat de kerk vanuit een alomvattende wijsheid zou moeten aangeven hoe de samenleving eruit zou moeten zien, maar dat zij de samenleving vragend onder kritiek moet durven stellen. In die zin heeft de landelijke kerk, om binnenkerkelijke strategische redenen, het in de achter ons liggende maanden ernstig laten afweten. Heeft zij zich gedragen alsof zij niet op de wereld betrokken is, door de ontwikkelingen rond het huidige kabinet, de positie van de PVV daarin, maar ook de financiële crisis, niet vragend onder kritiek te durven stellen. In het gelovig handelen mogen wij er vanuit gaan dat, door het stellen van de vragen, God op de wereld betrokken is. Gelovig handelen is daadwerkelijk missionair handelen: God bij de wereld, bij de samenleving brengen! Het diaconaat is dan een levend geloof op de grens van leegte en afwezigheid. Dat is de plaats waar we God zouden moeten zoeken. Tussen verbrokkeld en gebroken leven. Tussen eenzaamheid en onrecht. In de godverlatenheid. Daar aanwezig zijn maakt zichtbaar de aanwezigheid van God in het publieke domein. Maakt God tot een publieke zaak.

 

Aandacht

Het is die lijn die door het eerste en tweede testament loopt. De wees, de weduwe en de vreemdeling, zijn geen uitingen van ongeloof, maar staan symbool voor het onrecht en de godverlatenheid in onze samenleving. Het beeld bij uitstek dat hierbij hoort is de strijd van Jezus zelf aan het kruis. Een strijd in absolute verlatenheid: God, mijn God waarom heb je mij verlaten! Deze woorden, die dagelijks vele miljoenen malen over onze aarde worden uitgeschreeuwd, nodigen ons uit om te zoeken naar wat zich achter deze woorden afspeelt. Het is vragen om aandacht. Aandacht is een vaak vergeten factor in het diaconaat. Omdat het diaconaat vaak uitnodigt tot activisme, tot het doen. Dat is niet verwonderlijk, omdat de nood niet zelden acuut is. Maar aandacht is nodig. Oplettendheid, achtzaamheid, zoeken naar de woorden achter de woorden. En daarmee iemand hoogachten. Serieus nemen. Het Evangelie laat er geen misverstand over bestaan voor wie die aandacht het allerbelangrijkste is: de wees, de weduwe en de vreemdeling. Maar tegelijkertijd is die aandacht, die oplettendheid ook nodig voor onszelf. Aandacht is ook belangrijk om te onderzoeken, onze motieven.  Al eerder heb ik de vraag gesteld of gelovig handelen belangeloos kan zijn.  Maar dan nog blijft de vraag van groot belang; waar het ligt startpunt? Bij mezelf of bij die Ander?  



Laatste nieuws

Edicy. Maak een website!