| Welkom bij Gerhard ter Beek. |

![]() |
Heeft de kerk zichzelf overleefd? De kerk en haar sociaal kapitaal! In kerk in stad nr 6 stond een artikel over het laatste boek van Gerard Dekker: ‘heeft de kerk zichzelf overleefd’. Gerard Dekker is emeritus hoogleraar godsdienstsociologie aan de Vrije Universiteit. Derhalve een man met gezag en kennis. Toch valt er over dit boek, met alle respect, meer te zeggn dan in het bewuste artikel van Dick Tieleman.
|
Dekker komt, na grondige analyse van de huidige stand van zaken van het kerkelijk leven, tot de conclusie dat de kerk zichzelf moet opsplitsen in wat hij dan noemt een kernactiviteit en een nevenactiviteit. Volgens Dekker is de kernactiviteit het kerk-zijn. De eredienst en al datgene wat daarmee samenhangt. De nevenactiviteit, volgens Dekker, is het sociale werk van de kerk. Nu is op deze onderscheiding; wat is een kernactiviteit van de kerk en wat is een nevenactiviteit, al het nodige af te dingen. Daar komt nog bij dat uit het onderzoek God in Nederland van 2006 blijkt dat een overgrote meerderheid van de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de kerk als zingevingsinstituut. Nog slechts 10% van de bevolking wendt zich tot een dominee of pastor met gewetensproblemen. 53% heeft geen behoefte aan een ritueel in de kerk en volgens 52% heeft religie niet zoveel met kerkelijkheid te maken. Van onze bevolking noemt 60% zich niet gelovig. Maar als we de cijfers van dat onderzoek bekijken op de vraag hoeveel vertrouwen de Nederlandse bevolking heeft in de kerk als sociaal kapitaal, dan blijkt er plotseling heel iets anders. 64% heeft vertrouwen in de kerk als het gaat om een maatschappij kritische rol en 57% heeft vertrouwen in de kerk als het om de opvang en zorg voor zwakke groepen in de samenleving.
Dat betekent dat het sociaal kapitaal, de bewogenheid om zwakke groepen in de samenleving en vele kerkelijke vrijwilligers die hierin actief zijn, vele malen groter is dan het kapitaal van de kerk als zingevingsinstituut. En toch benoemt Dekker deze laatste als kernactiviteit en het sociaal kapitaal als nevenactiviteit. Ook vanuit het evangelie is het de vraag of deze onderscheiding kan stand houden. Christus stichtte geen kerk, maar predikte wel de naastenliefde en de zorg voor zwakken.
Vervolgens komt hij tot de conclusie dat de kerk zijn nevenactiviteit; het sociaal kapitaal moet afstoten. Moet verzelfstandigen naar het model van het Leger des Heils. Deze organisatie maakt een nadrukkelijk onderscheid tussen kerk-zijn en zorg en welzijn. En daar begint het te wringen. In 1988 heeft het Leger des Heils inderdaad deze omslag gemaakt. Daarmee is het Leger des Heils van een kerk met een sterk diaconaal bewustzijn, geworden tot een algemeen christelijke welzijnsinstelling die mee concurreert, om de beperkte financiële middelen in de zorg. Waarbij het logo Leger des Heils, pro forma wordt gehanteerd omdat het vanuit marketing oogpunt nog steeds een ijzersterk merk is. Maar in de hulpverlening onderscheidde ze zich niet meer van andere algemene hulpverleningsinstellingen, behalve dat je als medewerker een verklaring van christelijk gedrag moet ondertekenen en actief lid moet zijn van een protestantse kerk.
De oplossing die Dekker biedt is een capitulatie van de kerk aan het zorgbussines management. Want net als het Leger des Heils moet de kerk mee concurreren om de beperkte welzijnsgelden. Het biedt ook geen enkele garantie tegen de door Dekker, terecht, zo verfoeide bureaucratie in de PKN. Want ondertussen kent het Leger des Heils, althans de zorgtak, vele lagen aan management. Het verwijt aan het Leger des Heils, en mijns inziens een terecht verwijt, is dat het Leger des Heils geen diaconale functie meer heeft, maar doet aan zorgbussiness. En dat is iets wat de Protestantse kerk niet zou moet willen.
Alternatief.
Als we uitgaan van het gegeven dat de kracht van de kerk, ten opzichte van de seculiere wereld, zit in het sociaal kapitaal en de kerk vanwege zijn roeping; want we zijn geroepen en uitgezonden naar de wereld, een rol speelt in de samenleving, dan kan het sociaal kapitaal van de kerk een brugfunctie vormen naar die seculiere wereld. Als alternatief voor de oplossing die Dekker aandraagt, grootschaligheid en zorgbusiness, zou ik er juist voor willen pleiten om vanuit de kerken kleinschalige diaconale projecten weer de kans te geven, opgezet vanuit de kerk, maar wel betrokken op de seculiere wereld en vormgegeven in de seculiere wereld. Vaak ontbreekt het kerken echter aan handvatten en ondersteuning om die rol gestalte te geven. In het verleden kenden wij daartoe de diaconaal consulenten. Op stedelijk en provinciaal niveau. De meeste grote steden hebben nog wel een diaconaal consulent of predikant in dienst die in staat is diakenen en kerken te ondersteunen in deze rol. Maar op provinciaal niveau zijn deze mensen allemaal wegbezuinigd, met als gevolg dat middelgrote steden en dorpen het vaak maar zelf moeten uitzoeken. Er rest nog slechts een telefonisch steunpunt! Ze weten niet hoe ze het vorm moeten geven en worden daarbij niet meer geholpen. Het gevolg daarvan is weer dat als vanzelf de kerk, behalve de diaconale collecten op zondag, zich terugtrekt in zijn religieuze wereld, het sociaal kapitaal dat men heeft aan het verspelen is en geen brugfunctie meer kan maken naar de seculiere wereld. Niet omdat diakenen en kerken dat niet zouden willen, maar simpelweg omdat hen geen ondersteuning meer wordt geboden en de PKN al in een veel eerder stadium besloten heeft om het diaconale werk te centraliseren in en vanuit Utrecht. Het ware beter om in plaats van een Leger des Heils zorgbusiness model te ontwikkelen, dat de PKN weer investeert in de ondersteuning van diaconieën en kerkenraden. Ik zou er dan eerder voor willen pleiten dat de diaconaal consulent en de kerkelijk opbouwwerker weer terugkomen.
Conclusie.
Terecht constateert Dekker dat de kerk een sociaal kapitaal heeft. Maar het is Dekker zelf die dat sociaal kapitaal aan het verspelen is door zijn pleidooi voor een Leger des Heils variant. Wanneer de kerk nog een verbinding wil maken tussen de religieuze wereld en de seculiere wereld zal hij haar missionaire taak moeten oppakken in die seculiere wereld. Dat doet zij door zelf in de seculiere wereld te gaan staan en niet door aan de seculiere wereld te vragen om in haar religieuze wereld te komen. Dat is in strijd met het gedachte van de ecclesia; ‘ergens uitgeroepen worden’. En dus ook in strijd met het evangelie; waarin wij worden uitgezonden, de wereld in. Wanneer de kerk alleen maar een rol wil spelen in de seculiere wereld, door deze uit te nodigen of zo u wilt te verleiden, om in haar religieuze wereld te komen, dan is dat is ouderwetse herkerstening. En als dat het uitgangspunt is, dan inderdaad heeft de kerk haar krediet verspeeld en zichzelf overleefd.
